Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 mei 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd in Iran en sloten een huwelijkscontract met een bruidsgave. Na het indienen van een verzoek tot echtscheiding ontstond een geschil over de nakoming van een overeenkomst die partijen tijdens een kort geding sloten. De vrouw vorderde betaling van de bruidsgave en stelde dat de overeenkomst nog voortduurde. De man stelde buitengerechtelijke ontbinding wegens wanprestatie.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst was ontbonden, maar het hof vernietigde dit en wees de vorderingen van de vrouw deels toe. Tijdens het hoger beroep vond een rechterswissel plaats tussen het pleidooi en de uitspraak, zonder dat partijen hierover vooraf werden geïnformeerd. Dit maakte het voor partijen onmogelijk een nadere mondelinge behandeling te verzoeken bij de nieuwe rechters.
De Hoge Raad oordeelde dat dit een schending van het onmiddellijkheidsbeginsel is. De omstandigheid dat een comparitie met instemming van partijen had plaatsgevonden voor een rechter-commissaris, deed hieraan niet af. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het onmiddellijkheidsbeginsel door rechterswissel zonder kennisgeving aan partijen.