Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 juni 2021.
Hoge Raad
Partijen waren gehuwd en hebben een zoon die meervoudig gehandicapt is door een zeldzame genetische aandoening. Na ontbinding van het huwelijk vorderde de vrouw kinderalimentatie en partneralimentatie van de man. De rechtbank stelde lagere bedragen vast dan de vrouw had gevorderd, het hof wijzigde de kinderalimentatie ten gunste van de vrouw en bevestigde de partneralimentatie.
Het hof motiveerde onder meer dat het PGB dat de vrouw ontvangt niet als inkomen wordt meegerekend omdat het opgaat aan bijzondere kosten voor de zoon. Ook baseerde het hof de winst uit onderneming van de man over 2015 op een hoger bedrag dan door de man was gesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof over het niet meetellen van het PGB-inkomen onbegrijpelijk is, aangezien het PGB wordt toegekend voor verzorgingstijd die de vrouw niet kan benutten voor werk buitenshuis. Tevens is het onbegrijpelijk dat het hof een hogere winst uit onderneming hanteerde dan blijkt uit de jaarverslagen. De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het gerechtshof Den Haag.