ECLI:NL:HR:2021:929

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
19/05911
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 245 SrArt. 247 SrArt. 248.2 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in ontuchtzaak met stiefdochter en bevestigt kwalificatie

De zaak betreft een cassatieberoep van een 45-jarige verdachte die werd veroordeeld voor ontuchtige handelingen met zijn 13-jarige stiefdochter, gepleegd tussen 1 juni 2009 en 31 juli 2010. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de feiten bewezen verklaard en gekwalificeerd onder art. 245, 247 en 248.2 Sr, waarbij de strafverzwarende omstandigheid van art. 248.2 Sr pas vanaf 1 januari 2010 van kracht was.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte de kwalificatie had toegepast over de gehele periode, terwijl de strafverzwarende omstandigheid pas later gold. Ook betwistte hij de wijze van ten laste leggen, waarbij ontuchtige handelingen werden gecombineerd met binnendringingshandelingen.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de vragen die van belang zijn voor de rechtsontwikkeling te beantwoorden. De conclusie van de advocaat-generaal om het arrest te vernietigen alleen inzake de kwalificaties werd niet gevolgd. Het beroep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05911
Datum15 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 december 2019, nummer 21/001622-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de aan de bewezenverklaarde feiten gegeven kwalificaties, tot wijziging van die kwalificaties zoals de Hoge Raad goeddunkt en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 juni 2021.