Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak
medein de tenlastelegging op te nemen. Daarvoor is in deze zaak niet gekozen. Het tweede cassatiemiddel heeft hierop betrekking. Het eerste cassatiemiddel ziet op een voor de verdachte
nadeligewijziging van art. 248 Sr Pro die op 1 januari 2010 is ingegaan en die daarom geen betrekking kan hebben op de aan 1 januari 2010 voorafgaande periode.
3.Relevante passages uit vonnis rechtbank en arrest gerechtshof
4.Het eerste middel
die in een afhankelijkheidsrelatie staat met de verdachtemet een derde wordt verhoogd, hetgeen neerkomt op een gevangenisstraf van maximaal tien jaren en acht maanden. Wanneer daarop de regeling van de meerdaadse samenloop wordt toegepast, loopt het strafmaximum op tot een gevangenisstraf van veertien jaren en twee maanden en twintig dagen. [5]
de periode van 1 juni 2009 tot en met 31 december 2009de kwalificatie komt te luiden:
de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 juli 2010de kwalificatie luidt, zoals door de rechtbank geformuleerd en door het hof bevestigd: