Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Nootdorp,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam betreffende onderbewindstelling en het voorkeursrecht zoals geregeld in artikel 1:435 lid 4 BW Pro. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder zijn beschikking van 19 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1079) en de beschikking van het hof van 22 juni 2021.
De klachten van verzoeker over de beschikking van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Belanghebbenden in cassatie, waaronder de broer van verzoeker, de rechthebbende en de bewindvoerder, hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft uiteindelijk het beroep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Sieburgh, ter Heide, Schaafsma en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff op 15 juli 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van het hof.