Uitspraak
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
De Inspecteur heeft vervolgens bij uitspraken op bezwaar van 15 december 2017 ter zake van elk voldaan bedrag aan bpm gedeeltelijk teruggaaf verleend. De Rechtbank heeft de daartegen ingestelde beroepen bij uitspraak van 18 september 2019 gegrond verklaard en daarbij de teruggaven verder verhoogd. De Rechtbank heeft verder geoordeeld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de fasen van bezwaar, beroep, hoger beroep, cassatie en de terugwijzingsprocedure moet worden gesteld op in totaal zes jaar, dat deze termijn is overschreden met één jaar en elf maanden en dat belanghebbende daarom recht heeft op een vergoeding van immateriële schade.