ECLI:NL:HR:2022:1176
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze uitspraak bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat het oordeel geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee is de uitspraak van het hof definitief bevestigd en blijft de naheffingsaanslag ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.