Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
20 september 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, inzake poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie in een druk uitgaansgebied op Sint Maarten.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaren. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het vonnis, maar uitsluitend wat betreft de duur van de straf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden en het cassatieberoep meer dan zestien maanden duurde terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis zat. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf tot acht jaren en tien maanden.
De overige klachten van de verdachte werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis slechts voor wat betreft de strafduur en wees het beroep verder af.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht jaren en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.