ECLI:NL:HR:2022:1270

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2022
Publicatiedatum
21 september 2022
Zaaknummer
21/01830
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitsluiting schade door scheurvorming en instabiliteit in verzekeringspolis

In deze zaak heeft NSI Vastgoed B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld over de uitleg van een uitsluiting in een verzekeringspolis. De polis sloot schade uit aan gevaarsobjecten veroorzaakt door instorting of verzakking van gebouwen. De kernvraag was of schade door scheurvorming en dreigende instabiliteit ook onder deze uitsluiting viel.

De Hoge Raad heeft de klachten van NSI beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van Chubb behoefde daardoor geen behandeling.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van NSI verworpen en NSI veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee bevestigde de Hoge Raad dat de polisuitsluiting ook schade door scheurvorming en dreigende instabiliteit omvat, waarmee de verzekeraar niet hoeft uit te keren voor dergelijke schade.

Uitkomst: Het cassatieberoep van NSI wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd dat schade door scheurvorming en dreigende instabiliteit onder de polisuitsluiting valt.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01830
Datum23 september 2022
ARREST
In de zaak van
NSI VASTGOED B.V., rechtsopvolgster van NSI Winkels B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: NSI,
advocaat: L.V. van Gardingen,
tegen
CHUBB EUROPEAN GROUP SE, rechtsopvolgster van CHUBB INSURANCE COMPANY OF EUROPE SE,
gevestigd te Courbevoie, Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Chubb,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/10/480168/ HA ZA 15-746 van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2016 en 20 juni 2018 (hersteld bij beslissing van 12 september 2018);
het arrest in de zaak 200.248.765/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 januari 2021.
NSI heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Chubb heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor NSI mede door M.E.B. de Gans en voor Chubb mede door F.H. Oosterloo.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van NSI heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt NSI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chubb begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien NSI deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
23 september 2022.