Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 26 januari 2021
Chubb Insurance Company of Europe S.E.,
NSI Vastgoed B.V., rechtsopvolgster van NSI Winkels B.V.,
Het geding
De feiten
6. Het is verzekeraars bekend dat NSI in essentie de belangen in en bij VvE's wenst te
Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
De beoordeling van het hoger beroep
landslide), waarbij er een bovengrondse verschuiving van aarde optreedt, maar van een verzakking (
subsidence), waarbij er aarde ondergronds wegzakt. Naar het oordeel van het hof dient het beroep van NSI op (de insluiting van) art. 2.2.24 te worden verworpen. Daartoe overweegt het hof als volgt.
afschuiving, afglijding van grond langs de helling van bergen. Chubb heeft daarnaast ook verwezen naar de definitie die (op zich onbetwist) in de online versie van Van Dale wordt gegeven van het begrip 'aardverschuiving'; dat is
een verschijnsel waarbij de bovenste aardmassa op een steile helling omlaag schuift(zie https://www.vandale.nl/gratiswoordenboek/nederlands/betekenis/aardverschuiving#.W8B0vdJRcYI). In de door partijen over en weer overgelegde krantenartikelen is over de betekenis van het begrip aardverschuiving geen duidelijke lijn te ontwaren (zoals ook de rechtbank heeft overwogen in rov. 5.8.3 van voornoemd vonnis), zodat die krantenartikelen niet af kunnen doen aan de betekenis van dit begrip volgens Van Dale, als voormeld. De omschrijving van het begrip 'aardverschuiving' in Wikipedia (als geciteerd in voornoemd vonnis in rov. 5.8.2), waarop NSI overigens geen (duidelijk) beroep doet, komt in essentie overeen met de betekenis volgens Van Dale en doet evenmin af aan die betekenis.
een afschuiving, afglijding van grond langs de helling van bergenof als
een verschijnsel waarbij de bovenste aardmassa op een steile helling omlaag schuift.Van een bovengrondse verschuiving van aarde in zijn algemeenheid, zoals in het geval van het door Chubb genoemde voorbeeld van een dijkverschuiving, is evenmin sprake. Het gaat hier volgens [deskundige] om een grote lokale en ondergrondse verzakking als gevolg van breuken in de ondergrond, die op hun beurt een gevolg zijn van het laten instorten van het dak van een mijn. De enkele omstandigheid dat [deskundige] in zijn rapport (op pagina 3, 42 en 46) beschrijft dat “bodemmateriaal neerwaarts is verschoven” maakt dat niet anders. Overigens gebruikt [deskundige] bij de beschrijving van het door hem onderzochte verschijnsel niet alleen woorden als “neerwaarts verschuiven” maar ook – afwisselend - termen als verticaal “verplaatsen” van bodemmateriaal en “een proces van verticaal “transport” van bodemmateriaal” (als alternatieven voor de term “verschuiven”), zodat aan het enkele gebruik van het woord “verschuiven” geen zwaarwegende betekenis toekomt. Dit laatste geldt ook voor het gebruik in het rapport van figuur 33 met betrekking de kokervormige structuur (p. 40), te meer nu daarbij is aangegeven dat het een schematische weergave is (waarbij overigens ook weer gesproken wordt van het ‘neerwaartse transport’ van bodemmateriaal).
de gangbare theorie van het ondergronds ontstaansmechanisme van de sinkhole, zoals geformuleerd door [deskundige] in zijn rapportage, in casu in het Carboon. De Technische commissie bodembeweging rept in haar rapport evenmin over een aardverschuiving.
nietals gedekt evenement is omschreven: “elke soort verschuiving van aarde of ieder fenomeen waarbij aarde verschuift, ongeacht in welke richting de verschuiving plaatsvindt.” Deze door NSI bepleite (zeer) ruime omschrijving vindt geen grond in de bewoordingen van de polisvoorwaarden. De polisvoorwaarden bieden in art. 2.2.24 dekking voor gebeurtenissen die vallen onder het begrip “aardverschuiving” als geheel (op te vatten volgens algemeen spraakgebruik, als hiervoor uiteengezet), niet voor elke gebeurtenis die valt onder de letterlijke betekenis van afzonderlijke delen van dat begrip (zoals elke soort verschuiving van aarde, als door NSI bepleit). Het hof ziet geen aanleiding uit te gaan van een dergelijke zeer ruime uitleg, te minder omdat het een verzekeraar vrijstaat in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen (HR 9 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9435, NJ 2006, 326). Gelet op de betekenis van het begrip aardverschuiving in het algemeen spraakgebruik, is voor een verzekeringnemer voldoende duidelijk kenbaar dat hieronder niet elke verschuiving van aarde kan worden begrepen. Hier komt bij dat NSI niet heeft gesteld dat de door haar gestelde, zeer ruime interpretatie zou voortvloeien uit de beursopvattingen of het beursgebruik in Nederland. NSI heeft (onder overlegging van een verklaring van de heer D. van Velzen, prod. 68), in reactie op het gemotiveerde verweer van Chubb dat volgens vast beursgebruik nadrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen
landslide(aardverschuiving, waarbij sprake is van een bovengrondse verschuiving van aarde) en
subsidence(verzakking, waarbij sprake is van een ondergronds wegzakken van aarde), slechts betoogd dat in het kader van het begrip aardverschuiving (juist)
geen(bestendig) beursgebruik bestaat.
verzakking.Zoals ook de rechtbank heeft vastgesteld, is in het bijzonder in de parkeergarage kolom D18 in de nacht van 2 op 3 december 2011 plotseling verzakt door een grote lokale verzakking van de grond daaronder (de sinkhole). NSI heeft zelf gesteld dat als gevolg van de sinkhole de door haar gevorderde schade aan het winkelcentrum ‘t Loon is ontstaan (inleidende dagvaarding onder 1.2, 4.3-4.5 en 6.16), en ook het hof gaat daarvan uit. Naar het oordeel van het hof heeft Chubb ten aanzien van de sinkhole (d.w.z. de grote lokale verzakking) dan ook met vrucht een beroep gedaan op de uitsluiting in art. 2.4, aanhef en onder 2.4.10 voor schade bestaande uit of veroorzaakt door “verzakking” van gebouwen of delen daarvan. Hierbij wordt nog het volgende aangetekend. Het begrip “verzakking” is blijkens de opmaak en structuur van de polisvoorwaarden duidelijk onderscheiden van het begrip “aardverschuiving” en het hof is gelet op het rapport van [deskundige] van oordeel dat de sinkhole is aan te merken als een verzakking. Ook ten aanzien van het begrip “verzakking” gaat het hof uit van de betekenis volgens algemeen spraakgebruik, nu van dat begrip geen definitie (of toelichting) is opgenomen in (of bij) de polisvoorwaarden. In Van Dale (Groot woordenboek van de Nederlandse Taal, 14e uitgave) is een ‘verzakking’ (in de eerste betekenis) gedefinieerd als
het ver- of doorzakken, waarbij als voorbeeld onder andere een
mijnverzakkingwordt genoemd. Het
verzakkenwordt in Van Dale gedefinieerd als het
uit zijn verband zakken, syn. wegzakken, inzakken: de grond (…). Deze definities, in onderlinge samenhang beschouwd, komen naar het oordeel van het hof goed overeen met de feitelijke beschrijving van (het optreden van) de sinkhole door [deskundige] in zijn definitieve rapport, als hiervoor samengevat in rov. 2.8.
geleidelijkeverzakking is in dit verband bezien niet logisch, omdat dit laatste toch al niet onder de all-risks dekkingsomschrijving van art. 2.2.26 zou vallen. Bovendien volgt uit de bewoordingen van art. 2.4, aanhef en onder 2.4.10 niet dat de betreffende uitsluiting slechts betrekking zou hebben op verzakkingen die geleidelijk plaatsvinden. Dat de sinkhole
plotselingoptrad, doet dan ook niet af aan de toepasselijkheid van deze uitsluiting. Ook de in dit verband nog betrokken stelling van NSI dat de uitsluiting van art. 2.4, aanhef en 2.4.10 slechts ziet op een intern proces dat zich
in de verzekerde zaak zelfafspeelt, gaat niet op. Een dergelijke beperking volgt evenmin uit de bewoordingen van deze polisvoorwaarde. Integendeel, daarin is bepaald dat niet alleen schade bestaande uit verzakking, maar ook schade
veroorzaakt doorverzakking is uitgesloten. Het hof is, als hiervoor overwogen, van oordeel dat de sinkhole is aan te merken als een verzakking en dat de schade aan het winkelcentrum ’t Loon is veroorzaakt door die verzakking, zodat de uitsluiting van art. 2.4, aanhef en onder 2.4.10 van toepassing is.
internproces dat zich
in de verzekerde zaak zelfafspeelt. Sneeuw en hagel spelen zich immers niet af in een verzekerde zaak zelf (deze komen naar hun aard van buiten), en behoefden dan ook (in dat geval) niet te worden genoemd als uitzonderingen op de (volgens NSI zeer beperkte) uitsluiting.
De slotsom
De beslissing
opnieuw recht doende: