Conclusie
sinkhole: een grote lokale verzakking van de grond onder de kolom, in dit geval terug te voeren op de mijnbouw die tot de jaren ’70 van de vorige eeuw in Heerlen heeft plaatsgevonden. NSI heeft verzekeraar Chubb verzocht om de schade aan haar winkels te vergoeden, maar Chubb heeft uitkering geweigerd. Zij heeft in dat verband onder meer een beroep gedaan op een specifieke dekkingsuitsluiting in de polisvoorwaarden: in artikel 2.4, aanhef en onder 2.4.10 is bepaald dat schade aan of verlies van gevaarsobjecten bestaande uit of veroorzaakt door verzakking van gebouwen of delen daarvan is uitgesloten van dekking.
sinkholeen dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat van een plotselinge en onvoorziene gebeurtenis in de zin van de polisvoorwaarden sprake is geweest. Chubb valt dus, voor het geval de redenering van het hof omtrent de dekkingsuitsluiting onderuit gaat, een eerdere stap in de beoordeling van het hof aan.
1.Feiten
sinkhole).
zakelijk belangtegen schade indien en voor zover de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekerde schade was ontstaan dan wel nog zou ontstaan.
gevaarsobjectendie is veroorzaakt door de in dit artikel genoemde gevaren/gebeurtenissen, ongeacht of gevaren/gebeurtenissen zijn veroorzaakt door de aard of een gebrek van de verzekerde
gevaarsobjecten.
gevaarsobjectenontstaan door een van buiten komend onheil, alsmede machinebreuk en computerbreuk, indien en voor zover de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor beide partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor
verzekerdeschade was ontstaan dan wel nog zou ontstaan.
gevaarsobjectenongeacht door welke oorzaak – behoudens de in artikel 2.3 en 2.4 genoemde uitsluitingen – is gedekt als die oorzaak het directe gevolg is van een verzekerd gevaar/gebeurtenis, onverschillig waar dit heeft plaatsgevonden.
gebouwenof delen daarvan, respectievelijk (...) tenzij
verzekerdeaantoont dat de instorting uitsluitend te wijten is aan sneeuw of hagel.
sinkhole. [de deskundige] rapporteert in zijn (definitieve) rapport [8] van 22 november 2012 onder meer als volgt:
6. Conclusies
sinkhole, hetgeen heeft geresulteerd in een (definitief) advies aan de VvE van 9 juni 2015.
2.Procesverloop
Eerste aanleg
de polis[de VvE-polis, A-G]
zo moet worden uitgelegd dat het fenomeen dat zich in casu heeft voorgedaan een aardverschuiving vormde als bedoeld in art. 2.2.24.” [16] Vervolgens heeft de rechtbank in de zaak tussen NSI en Chubb geoordeeld dat hetgeen zij in de samenhangende zaak heeft overwogen over het aanmerken van het evenement als aardverschuiving ook geldt voor, kort gezegd, de Chubb-polis. [17] Daarna heeft de rechtbank het beroep van Chubb op art. 7:928 BW Pro besproken en verworpen (rov. 5.25-5.28). De zaak is naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door NSI over de omvang van de schade. [18]
sinkholeis te beschouwen als een aardverschuiving in de zin van artikel 2.2.24 van de polisvoorwaarden (een
named peril, zie randnummer 1.8 hiervoor), verworpen. In cassatie speelt dit oordeel verder geen rol. Het gaat in cassatie enkel om:
sinkholevalt aan te merken als een plotselinge en onvoorziene gebeurtenis in de zin van artikel 2.2.26 van de polisvoorwaarden (de (aanvullende)
all risks-dekking, zie randnummer 1.8 hiervoor). Hierop ziet dan het door Chubb ingestelde voorwaardelijk incidentele cassatiemiddel; en
sinkholekan worden aangemerkt als een plotselinge en onvoorziene schadetoebrengende gebeurtenis als gevolg van een van buiten komend onheil, in de zin van artikel 2.2.26 (‘Alle overige gevaren’) van de polisvoorwaarden, door NSI “
de all-risks clausule” genoemd (zie ook randnummer 2.11 hiervoor). Het hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord:
In de periode tot aan de melding van de scheurvorming in augustus 2011 was de heersende opvatting dat verzakkingen zoals onder 't Loon zich zouden stabiliseren. In kringen van deskundigen was geen aanleiding om van mogelijke sinkhole vorming uit te gaan. De verticale dynamiek van de bodem is daardoor niet als acute dreiging van de constructieve veiligheid beschouwd.
all risks-dekking die de Chubb-polis biedt en, in verband daarmee, het beroep van NSI op, kort gezegd, de onderlinge verhouding tussen de Chubb-polis en de VvE-polis. Het hof heeft de in dit verband door NSI naar voren gebrachte stellingen verworpen. Het hof is van oordeel dat het
all risks-karakter van de Chubb-polis niet betekent dat alle (denkbare) gevaren zijn verzekerd en verder dat de Chubb-polis niet de strekking heeft om in dekking te voorzien in ‘alle gevallen’ waarin de VvE-verzekering geen of volledige dekking biedt:
verzakking. Zoals ook de rechtbank heeft vastgesteld, is in het bijzonder in de parkeergarage kolom D18 in de nacht van 2 op 3 december 2011 plotseling verzakt door een grote lokale verzakking van de grond daaronder (de sinkhole). NSI heeft zelf gesteld dat als gevolg van de sinkhole de door haar gevorderde schade aan het winkelcentrum ‘t Loon is ontstaan (inleidende dagvaarding onder 1.2, 4.3-4.5 en 6.16), en ook het hof gaat daarvan uit. Naar het oordeel van het hof heeft Chubb ten aanzien van de sinkhole (d.w.z. de grote lokale verzakking) dan ook met vrucht een beroep gedaan op de uitsluiting in art. 2.4, aanhef en onder 2.4.10 voor schade bestaande uit of veroorzaakt door “verzakking” van gebouwen of delen daarvan. Hierbij wordt nog het volgende aangetekend. Het begrip “verzakking” is blijkens de opmaak en structuur van de polisvoorwaarden duidelijk onderscheiden van het begrip “aardverschuiving” en het hof is gelet op het rapport van [de deskundige] van oordeel dat de sinkhole is aan te merken als een verzakking. Ook ten aanzien van het begrip “verzakking” gaat het hof uit van de betekenis volgens algemeen spraakgebruik, nu van dat begrip geen definitie (of toelichting) is opgenomen in (of bij) de polisvoorwaarden. In Van Dale (Groot woordenboek van de Nederlandse Taal, 14e uitgave) is een ‘verzakking’ (in de eerste betekenis) gedefinieerd als
het ver- of doorzakken, waarbij als voorbeeld onder andere een
mijnverzakkingwordt genoemd. Het
verzakkenwordt in Van Dale gedefinieerd als het
uit zijn verband zakken, syn. wegzakken, inzakken: de grond (...). Deze definities, in onderlinge samenhang beschouwd, komen naar het oordeel van het hof goed overeen met de feitelijke beschrijving van (het optreden van) de sinkhole door [de deskundige] in zijn definitieve rapport, als hiervoor samengevat in rov. 2.8.”
geleidelijkeverzakking is in dit verband bezien niet logisch, omdat dit laatste toch al niet onder de all-risks dekkingsomschrijving van art. 2.2.26 zou vallen. Bovendien volgt uit de bewoordingen van art. 2.4, aanhef en onder 2.4.10 niet dat de betreffende uitsluiting slechts betrekking zou hebben op verzakkingen die geleidelijk plaatsvinden. Dat de sinkhole
plotselingoptrad, doet dan ook niet af aan de toepasselijkheid van deze uitsluiting. (…)”
veroorzaakt doorverzakking van de dekking is uitgesloten:
in de verzekerde zaak zelfafspeelt, gaat niet op. Een dergelijke beperking volgt evenmin uit de bewoordingen van deze polisvoorwaarde. Integendeel, daarin is bepaald dat niet alleen schade bestaande uit verzakking, maar ook schade
veroorzaakt doorverzakking is uitgesloten. Het hof is, als hiervoor overwogen, van oordeel dat de sinkhole is aan te merken als een verzakking en dat de schade aan het winkelcentrum ‘t Loon is veroorzaakt door die verzakking, zodat de uitsluiting van art. 2.4, aanhef en onder 2.4.10 van toepassing is.
internproces dat zich
in de verzekerde zaak zelfafspeelt. Sneeuw en hagel spelen zich immers niet af in een verzekerde zaak zelf (deze komen naar hun aard van buiten), en behoefden dan ook (in dat geval) niet te worden genoemd als uitzonderingen op de (volgens NSI zeer beperkte) uitsluiting.”
aan het voorgaande” en geen afzonderlijke bespreking behoeft. Met betrekking tot de bewijsaanbiedingen van NSI heeft het hof overwogen dat die worden gepasseerd, omdat zij te vaag en/of niet ter zake dienend zijn.
3.Bespreking van het principale cassatieberoep
Inleiding
all risks-dekking, maar ook dekkingsuitsluitingen (randnummer 1.8). Naar het (in cassatie niet bestreden) oordeel van het hof heeft de Chubb-polis niet de strekking om in dekking te voorzien in “
alle gevallen” waarin de VvE-verzekering geen of geen volledige dekking biedt (randnummer 2.13 hiervoor). Het hof is ervan uitgegaan dat sprake is geweest van een plotselinge en onvoorziene schadetoebrengende gebeurtenis als gevolg van een van buiten komend onheil, in de zin van artikel 2.2.26 (‘Alle overige gevaren’) van de polisvoorwaarden (randnummer 2.12 hiervoor), maar heeft uiteindelijk in rov. 27. en 28. (randnummers 2.14 tot en met 2.17 hiervoor) geoordeeld dat Chubb een beroep toekomt op de dekkingsuitsluiting van artikel 2.4, aanhef en onder 2.4.10 van de polisvoorwaarden. Tegen dit oordeel keert zich het cassatiemiddel van NSI.
sinkholeis aan te merken als een verzakking in de zin van de dekkingsuitsluiting (rov. 27. en 28.). Het hof is ervan uitgegaan dat deze verzakking heeft geleid tot de verzakking van kolom D18 in de parkeergarage en dat dit tot schade heeft geleid aan het winkelcentrum (de schade waarvan NSI vergoeding vordert (rov. 27., derde zin, hetgeen niet anders kan betreffen dan schade aan de door NSI verzekerde winkels)). Dat het hof hiervan is uitgegaan, valt af te leiden uit hetgeen het hof heeft overwogen in de eerste vier zinnen van rov. 27. (“
de parkeergarage”, “
kolom D18”, “
schade aan het winkelcentrum”), maar ook uit rov. 2.4., waarin het hof het nadrukkelijk heeft over schade ontstaan “
Aan het winkelcentrum” als gevolg van ernstige verzakkingen en dan in het bijzonder de verzakking van kolom D18 in de parkeergarage door de
sinkhole. Per saldo heeft het hof dus geoordeeld dat sprake is van schade veroorzaakt door verzakking van een verzekerd gebouw in de zin van de dekkingsuitsluiting. Het hof heeft het winkelcentrum derhalve als een constructieve eenheid gezien, waarvan de parkeergarage en de door NSI verzekerde winkels deel uitmaken (zie ook rov. 2.1.: “
een winkelcentrum, houdende 45 winkels, met woningen en parkeergarage, genaamd ’t Loon”).
bestaat uitverzakking van een (verzekerd) gebouw. Dit onderdeel kent één subonderdeel (2.1), dat ook weer nader is uitgewerkt in a. tot en met d.
named perils), zoals voor schade veroorzaakt door een aardverschuiving (artikel 2.2.24 van de polisvoorwaarden);
Alle overige gevaren” (artikel 2.2.26 van de polisvoorwaarden). Hier gaat het dus om een vorm van (aanvullende)
all risks-dekking. Artikel 2.2.26 stelt echter wel voorwaarden waaraan voldaan moet zijn: het moet gaan om een
plotselingeen
onvoorzieneschade, ontstaan door een van buiten komend onheil, enzovoorts (zie randnummer 1.8 hiervoor);
all risks-dekking. Deze dekkingsuitsluitingen staan in artikel 2.4 van de polisvoorwaarden. Hiervan maakt deel uit de dekkingsuitsluiting voor, kort gezegd, verzakking in de zin van artikel 2.4.10. Is één van deze dekkingsuitsluitingen van toepassing, dan is er geen verzekeringsdekking, ook niet onder artikel 2.2.26 van de polisvoorwaarden.
2.4 Onverminderd de uitsluitingen genoemd onder artikel 2.3 is eveneens uitgesloten schade aan of verlies van gevaarsobjecten bestaande uit of veroorzaakt door:
gebouwenof delen daarvan, respectievelijk (...) tenzij
verzekerdeaantoont dat de instorting uitsluitend te wijten is aan sneeuw of hagel.”
cursiefzijn weergegeven is in dit artikel een begripsomschrijving opgenomen.
gebouwen,
bedrijfsuitrusting/inventarisen/of
goederenin de
gebouwenop het (de) in het polisblad omschreven adres(sen).
Sinkhole is geen (verzekerd) gebouw” en introduceert de term “
sinkhole-verzakking”, waarmee dan de
sinkholeop zichzelf is bedoeld. Volgens NSI is het hof er ten onrechte van uitgegaan dat door het ontstaan van de
sinkhole‘an sich’ de dekkingsuitsluiting van toepassing is. Volgens NSI moet het voor de toepassing van de dekkingsuitsluiting gaan om – dus meer specifiek –
verzakking van een (verzekerd) gebouw, gezien de tekst van die dekkingsuitsluiting (randnummer 3.8 hiervoor). Er moet dus een (verzekerd) gebouw zijn verzakt. Het subonderdeel voert daarom aan dat het hof heeft miskend dat een
sinkholegeen (verzekerd) gebouw is in de zin van artikel 2.4.10 van de polisvoorwaarden van de (aanvullende) Chubb-polis. NSI stelt dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd, nu het er in feite op neerkomt dat de
sinkholeeen gebouw of een gedeelte van een gebouw zou zijn en dat dat niet valt in te zien, te meer niet nu het hof dit niet als zodanig heeft vastgesteld of geoordeeld: [30]
an sichis onvoldoende voor het doen opgaan van de uitsluiting nu daarvoor (…) verzakking
van of veroorzaakt dooreen
(verzekerd) gebouwnodig is. Uit ’s hofs oordeel blijkt niet dat het hof de sinkhole-verzakking heeft aangemerkt als een deel van een) (verzekerd) gebouw en zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de sinkhole-verzakking als zodanig zou hebben te gelden.” [31]
sinkhole-verzakking wel is aan te merken als een verzakking van een (verzekerd) gebouw. [33]
sinkhole(op zichzelf) als schadeveroorzakende gebeurtenis, terwijl in artikel 2.4.10 gesproken wordt van ‘verzakking van
gebouwenof delen daarvan’ (randnummer 3.8 hiervoor). [34] Deze klacht mist feitelijke grondslag. Uit de overwegingen van het hof kan immers niet worden afgeleid dat het hof is uitgegaan van de
sinkholeals schadeveroorzakende gebeurtenis op zichzelf (zie ook randnummer 3.2 hiervoor). In rov. 27. en rov. 28. ligt weliswaar de nadruk op de
sinkholeen op de vraag of deze als een
verzakkingin de zin van de dekkingsuitsluiting moet worden aangemerkt, maar dat is te verklaren door het partijdebat: Chubb heeft een beroep gedaan op de dekkingsuitsluiting (zie ook de laatste drie zinnen van rov. 26.), omdat volgens haar de
sinkholeeen verzakking oplevert en NSI heeft dit bestreden, onder meer met het argument dat slechts een “
geleidelijk proces van verzakking” van dekking is uitgesloten en met het argument dat de dekkingsuitsluiting slechts ziet op een intern proces dat zich
in de verzekerde zaak zelfafspeelt (zie in dit verband rov. 28.). Uit de overwegingen van het hof in rov. 27. en 28. kan dus niet worden afgeleid dat het hof is uitgegaan van schadeveroorzaking door de
sinkholealleen, of van een onjuiste lezing van de dekkingsuitsluiting. In dit verband wijs ik erop dat het hof nadrukkelijk de verzakking van kolom D18 in de parkeergarage van het winkelcentrum heeft meegenomen in zijn overwegingen (zie de tweede zin van rov. 27. en overigens ook rov. 2.4. van het bestreden arrest). Ik wijs ook op de overwegingen van het hof in rov. 27., derde en vierde zin, waarin het hof het heeft over “
schade aan het winkelcentrum” en oordeelt dat Chubb met vrucht een beroep heeft gedaan op de uitsluiting voor schade bestaande uit of veroorzaakt door “verzakking” van
gebouwen of delen daarvan. Het hof is dus wel degelijk uitgegaan van (schade door) verzakking van een (verzekerd) gebouw in de zin van de dekkingsuitsluiting.
instortingals gevolg van een eigen gebrek. [35] Het hof zal hierin begrijpelijkerwijs een beroep op
instortinghebben gelezen, waarvan geen sprake is geweest (het gaat volgens het hof om verzakking, zie de eerste zin van rov. 27.). In randnummers 15.14. en 15.15. van de memorie van antwoord wordt vooral aangevoerd dat voor toepassing van de dekkingsuitsluiting nodig is dat de dominante oorzaak van de schade de
geleidelijkeverzakking van het gevaarsobject is en dat van geleidelijk opgetreden schade geen sprake is. Hierop is het hof ingegaan in de eerste alinea van rov. 28. In randnummer 12.13. van de pleitnotities van NSI in hoger beroep ten slotte wordt (nog eens) aangevoerd dat het evenement ‘verzakking’ ziet op het
geleidelijkverzakken van een verzekerde opstal en dat de dekkingsuitsluiting ziet op een intern proces dat zich in de verzekerde zaak zelf afspeelt. Op het eerste (“
geleidelijk proces van verzakking” heeft het hof, als gezegd, gerespondeerd in de eerste alinea rov. 28. Op het tweede (“
in de verzekerde zaak zelf”) is het hof ingegaan in zowel de eerste alinea (vanaf “
Ook de in dit verband nog betrokken stelling van NSI…”) als in de tweede alinea van rov. 28.
de sinkhole-verzakking wél een verzekerd gebouw is”. Het hof is daarentegen uitgegaan van hetgeen ik in randnummers 3.2 en 3.17 hiervoor heb aangegeven.
sinkholeverzakken van de (kolom in de) parkeergarage geldt als de schadeveroorzakende verzakking. In dat geval geldt volgens NSI het volgende:
sinkholeals een verzakking is aan te merken en de gevorderde schade door die verzakking is veroorzaakt;
sinkhole. Als het hof dit niet heeft miskend, dan geldt volgens NSI dat (i) het oordeel van het hof onbegrijpelijk is gemotiveerd, omdat in dat geval de verzakking van de parkeergarage slechts als de
causa proximakan gelden en het hof niet kenbaar het beroep van NSI op de
dominant cause-leer bij zijn oordeel heeft betrokken, (ii) het oordeel van het hof in strijd is met art. 24 Rv Pro en (iii) het hof in dat geval heeft miskend dat naar geldend Nederlands recht in beginsel de
dominant cause-leer als rechtens relevante oorzaak moet worden gekwalificeerd als partijen bij de verzekeringsovereenkomst niet voor een bepaald causaliteitscriterium hebben gekozen;
sinkholeals oorzaak op zichzelf tot uitgangspunt wordt genomen, en anderzijds (voor toepassing van de uitsluiting) de
verzakking van de parkeergarage; en
sinkhole) (zie de tweede en de derde zin van rov. 27.). In rov. 28. heeft het hof weliswaar overwogen, dat “
de sinkhole is aan te merken als een verzakking en dat de schade aan winkelcentrum ’t Loon is veroorzaakt door die verzakking”, maar die overweging moet worden geplaatst en begrepen in het licht van het partijdebat; het hof heeft met deze overweging gereageerd op de stelling van NSI dat met ‘verzakking’ in artikel 2.4.10 van de polisvoorwaarden een ‘geleidelijk proces van verzakking’ is bedoeld (zie de eerste zin van rov. 28.). Hetzelfde geldt overigens voor de overweging van het hof in rov. 27. dat het hof gelet op het rapport van [de deskundige] van oordeel is dat de
sinkholeis aan te merken als een verzakking. Hiermee heeft het hof enkel bedoeld tot uitdrukking te brengen dat de
sinkholeop zichzelf beschouwd een verzakking oplevert en niet bijvoorbeeld een
aardverschuiving.
gebouwenof delen daarvan” en de parkeergarage onderdeel uitmaakt van het winkelcentrum. In dit kader heeft het hof niet enig causaliteitscriterium of enige causaliteitsleer miskend. Evenmin heeft het hof art. 24 Rv Pro miskend door niet te responderen op stellingen van NSI hieromtrent. Met name hoefde het hof niet de
sinkholeals
dominant causeaan te wijzen, onder voorbijgaan aan de verzakking van kolom D18. In dit verband wijs ik erop dat de klacht van een verkeerde rechtsopvatting uitgaat. Zowel in het
Bosporus/ASR-arrest [38] als in het
Supercell 2-arrest [39] heeft Uw Raad recentelijk overwogen dat indien de overeenkomst van verzekering niet inhoudt van welke causaliteitsmaatstaf moet worden uitgegaan, de rechter niet gehouden is de aanwezigheid van dat causale verband in beginsel aan de hand van de zogenoemde leer van de
dominant causete onderzoeken.
plotselinge en onvoorziene schadetoebrengende gebeurtenis als gevolg van een buiten komend onheil” in de zin van artikel 2.2.26 van de polisvoorwaarden (de
all risks-bepaling, zie randnummer 1.8 hiervoor). Het hof is op deze vraag ingegaan in verband met de stelling van Chubb dat hiervan geen sprake is geweest – volgens Chubb is de
sinkholeontstaan door een lange periode van neerwaartse verplaatsing van bodemmateriaal – en er reeds daarom geen verzekeringsdekking is. Het hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord en dus in het voordeel van NSI; volgens het hof is het optreden van de
sinkholeaan te merken als een plotselinge en onvoorziene gebeurtenis (rov. 23., eerste zin). Vervolgens is het hof in rov. 27. en 28. ingegaan op de vraag of desalniettemin de dekkingsuitsluiting van artikel 2.4, aanhef en onder 2.4.10 van de polisvoorwaarden van toepassing is. Ook deze vraag heeft het hof bevestigend beantwoord, ditmaal in het voordeel van Chubb. Deze overwegingen van het hof zijn niet inconsistent of onvoldoende begrijpelijk: de eerste vraag gaat, gezien de dekkingssystematiek van de Chubb-polis (randnummer 3.7 hiervoor), logischerwijs vooraf aan de tweede vraag en in de antwoorden van het hof op beide vragen komt (logischerwijs) de
sinkholeaan de orde. Dat bij het antwoord op de tweede vraag ook, dus naast de
sinkhole, de (daaropvolgende) verzakking van kolom D18 in de parkeergarage aan de orde komt, is begrijpelijk, gezien de tekst van de dekkingsuitsluiting (zie ook randnummer 3.17 hiervoor).
sinkholeeen instorting, verzakking of zetting van een verzekerd gebouw is ontstaan en dat de parkeergarage onder het winkelcentrum geen onder de Chubb-polis gedekt gebouw betreft. [41] Het hof is in het bestreden arrest niet nadrukkelijk ingegaan op deze stelling. Het was beter geweest als het hof dat wel had gedaan, nu het woord ‘gebouwen’ in artikel 2.4.10 van de polisvoorwaarden is gecursiveerd (randnummer 3.8 hiervoor) en dus is gedefinieerd in artikel 1.4 van de polisvoorwaarden, zodat het een specifieke betekenis heeft (randnummer 3.9 hiervoor). De klacht faalt echter, omdat het hof de dekkingsuitsluiting van artikel 2.4, aanhef en onder artikel 2.4.10 uiteindelijk wel op goede gronden van toepassing heeft bevonden. Het hof is ervan uitgegaan dat, nu de door NSI verzekerde winkels in het winkelcentrum beschadigd zijn geraakt door verzakking van een kolom in de parkeergarage (op zijn beurt verzakt door een
sinkhole), die net als de winkels deel uitmaakt van het winkelcentrum, kan worden gesproken van een verzakking van een (verzekerd) gebouw in de zin van de dekkingsuitsluiting. Onbegrijpelijk is dat oordeel niet in het licht van de constructieve eenheid die het winkelcentrum vormt met zijn onderdelen (de parkeergarage en de winkels). In dit verband wijs ik erop dat het hof ervan is uitgegaan dat NSI vergoeding heeft gevorderd van “
schade aan het winkelcentrum ’t Loon” (rov. 27., derde zin), ontstaan als gevolg van de
sinkhole(en dus ook als gevolg van de daaropvolgende verzakking van kolom D18 in de parkeergarage). [42] , [43]
veroorzaakt doorverzakking’ en (ii) ‘schade
bestaande uitverzakking’. De klachten in a. tot en met d. gaan ervan uit dat rov. 27. en 28. zo gelezen moeten worden dat het hof daarin heeft geoordeeld dat de schade
bestaat uit(in plaats van is veroorzaakt door) verzakking en dat het beroep van Chubb op de uitsluiting op die grond slaagt.
bestaande uit’ de verzakking van een verzekerd gebouw. Het hof is uitgegaan van schade ‘
veroorzaakt door’ verzakking (in de zin van de dekkingsuitsluiting). Dit blijkt duidelijk uit de laatste zin van de eerste alinea van rov. 28., waarin het hof heeft overwogen dat het van oordeel is “
(…) dat de schade aan het winkelcentrum ’t Loon is veroorzaakt door die verzakking (…)”.
sinkhole-verzakking, althans de verzakking van de (kolom in de) parkeergarage, dan wel bestaat uit verzakking, zodat om die reden de dekkingsuitsluiting van toepassing is.
sinkholeis aan te merken als een verzakking in de zin van de dekkingsuitsluiting. Het hof is ervan uitgegaan dat deze verzakking heeft geleid tot de verzakking van kolom D18 in de parkeergarage en dat dit tot schade heeft geleid aan het winkelcentrum (de schade waarvan NSI vergoeding vordert (rov. 27., derde zin, hetgeen niet anders kan betreffen dan schade aan de door NSI verzekerde winkels)) (randnummers 3.2 en 3.25 hiervoor).
4.Bespreking van het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep
sinkholehaar schade heeft veroorzaakt, de
sinkholebegrijpelijk en toereikend gemotiveerd aangemerkt als een (gebouw)verzakking in de zin van de volgens het hof door Chubb terecht ingeroepen dekkingsuitsluiting (artikel 2.4, aanhef en onder 2.4.10 van de polisvoorwaarden). Voor het geval echter dat dit beroep van Chubb in cassatie onderuit zou gaan, bestrijdt Chubb alsnog, met één cassatiemiddel, dat (a) de schade van NSI door de
sinkholeis veroorzaakt en (b) sprake is van een plotselinge en onvoorziene gebeurtenis in de zin van artikel 2.2.26 (‘Alle overige gevaren’). Aldus keert het cassatiemiddel zich tegen de overweging van het hof in rov. 27. dat het er met NSI van uitgaat dat “
als gevolg van de sinkhole de door haar gevorderde schade aan winkelcentrum ’t Loon is ontstaan” en tegen hetgeen het hof heeft overwogen in rov. 22. tot en met 24. van het bestreden arrest (randnummer 2.12 hiervoor).
sinkhole.Chubb heeft immers gesteld dat er geen
sine qua non-verband bestaat tussen de
sinkholeen de schade, althans dat de
sinkholein elk geval niet de relevante oorzaak van de schade is in de zin van de polis. Onder (b) klaagt Chubb dat het hof onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd dat de door NSI gevorderde schade het gevolg is van een ‘plotselinge’ en ‘onvoorziene’ gebeurtenis in de zin van artikel 2.2.26 van de polisvoorwaarden.
sinkholeweliswaar voor enige, extra lokale schade heeft gezorgd, maar dat zich vóór het optreden van de
sinkholeal jarenlang verzakkingen hadden voorgedaan. [44] Die jarenlange verzakkingen hadden de constructieve veiligheid van het winkelcentrum al zodanig aangetast dat de gemeente Heerlen op 2 december 2011 (en dus vóór het optreden van de
sinkholein de nacht van 2 op 3 december 2011) had besloten dat het winkelcentrum (deels) gesloopt diende te worden. Volgens Chubb is het hof niet (toereikend) ingegaan op de stellingen die Chubb in dit kader heeft ingenomen. Volgens Chubb is het hof ook niet ingegaan op haar subsidiaire betoog dat onder de Chubb-polis de aan de
sinkholevoorafgaande verzakkingen aangemerkt moeten worden als relevante, dominante oorzaak. Tevens had het hof niet (zonder nadere motivering) mogen oordelen dat de
sinkholede (dominante) oorzaak van de schade van NSI was.
sinkholehet sluitstuk van een jarenlang proces dat al vóór het optreden van de
sinkholede door NSI opgevoerde schade had veroorzaakt, is dit jarenlange verzakkingsproces de oorzaak van de onder de polis geclaimde schade en is het niet de
sinkholedie als rechtens relevante oorzaak van de schade kan hebben te gelden. Volgens Chubb is dan ook geen sprake is van een plotselinge en onvoorziene gebeurtenis in de zin artikel 2.2.26.
sinkholesniet te voorzien waren. Chubb geeft aan te hebben gesteld dat uit de rapporten van [het adviesbureau] volgt dat de informatie die gebruikt is om de
sinkholete verklaren al in 2002 in de archieven van de Staatstoezicht op de Mijnen beschikbaar was en dat het risico op het ontstaan van een
sinkholeal zeker in 1995 bekend was. Volgens Chubb wist NSI al bij aanschaf van het pand, althans in 2007, dat er problemen waren met de fundering en dat ook in 2011 nog sprake was van verzakkingen. Onder deze omstandigheden is schade veroorzaakt door een verzakking, althans door een
sinkhole, niet onvoorzien, aldus Chubb.
sinkhole“
door partijen voorzien (of voorzienbaar) was bij het sluiten van de Chubb-verzekering in 2010”. Volgens Chubb heeft het hof hiermee ten onrechte nagelaten kenbaar en gemotiveerd te oordelen over de stelling van Chubb dat voor een succesvolle claim onder artikel 2.2.26 van de polisvoorwaarden vereist is dat de schade ‘plotseling’ en ‘onvoorzien’ is ontstaan.
sinkholeis ontstaan door een lange periode van neerwaartse verplaatsing van bodemmateriaal (het “
jarenlange verzakkingsproces” waarover Chubb het in cassatie heeft) en geen sprake is van een ten tijde van het sluiten van de Chubb-polis onzeker voorval. Vervolgens heeft het hof in rov. 23. dit betoog op begrijpelijke gronden verworpen, door uit te gaan van de bevindingen in het rapport van [de deskundige] (randnummer 1.10 hiervoor) en van de conclusies in het TNO-rapport van 1 november 2012 (geciteerd in rov. 23.). Het hof heeft hieruit afgeleid – en kunnen afleiden – dat de
sinkholezich “
plotseling” heeft voorgedaan en dat het optreden van de
sinkholeniet door partijen (NSI en Chubb) voorzien (of voorzienbaar) was (dus ook niet bij de aanschaf van het “
het pand” in 2007 of ten tijde van het sluiten van de Chubb-polis). Daarbij heeft het hof ook de conclusies van TNO tot de zijne gemaakt (zie hierover het volgende randnummer), waaronder de conclusie dat er tot aan de melding van de scheurvorming in augustus 2011 naar het oordeel van deskundigen en betrokkenen geen aanleiding bestond om uit te gaan van een acute dreiging, ook niet wat betreft de “
verticale dynamiek van de bodem” (het door Chubb genoemde “
jarenlange verzakkingsproces”). Uit deze conclusie volgt inderdaad dat de schade voor NSI niet voorzienbaar was.
condicio sine qua non-verband op gewezen heeft dat [het adviesbureau] (het adviesbureau waarbij [de deskundige] werkzaam is, zie rov. 2.8.) juist concludeerde dat de komvormige daling van de grond onder winkelcentrum ‘t Loon de dominante oorzaak van de schade van NSI is. Chubb verwijst hierbij naar randnummers 6.2.14 tot en met 6.2.17 van de memorie van grieven. In de tekst bij die randnummers valt echter geen weerlegging te lezen van de feiten vastgesteld in het rapport van [de deskundige] en in het bijzonder niet van diens conclusie dat zich
plotselingeen grote lokale verzakking heeft voorgedaan. Met andere woorden: Chubb heeft hetgeen het hof in rov. 27. uit het rapport van [de deskundige] heeft afgeleid inderdaad niet weerlegd, althans niet in de genoemde randnummers van de memorie van grieven. Met betrekking tot het rapport van TNO merkt Chubb in cassatie op dat zij heeft gesteld dat uit het TNO-rapport niet volgt dat
sinkholesniet te voorzien waren. [46] Het woord “
onbestreden” vóór het citaat in rov. 23. is echter hoogstens wat ongelukkig gekozen door het hof. Het hof zal ofwel bedoeld hebben dat niet bestreden is dat de geciteerde tekst inderdaad in het rapport van TNO staat, ofwel dat de geciteerde tekst de tekst is die gaat over het onderwerp ‘Kon rekening worden gehouden met het ontstaan van een
sinkhole?’.
sinkholeals rechtens relevante schadeoorzaak, en dus niet van het, zoals Chubb het noemt, “
jarenlange verzakkingsproces” dat daaraan vooraf is gegaan, merk ik nog het volgende op. Het hof kon en mocht in rov. 23. van het bestreden arrest op basis van de rapporten van [de deskundige] en TNO uitgaan van de
sinkholeals
de(plotselinge en onvoorziene) schadetoebrengende gebeurtenis. Dat het hof hiervan is uitgegaan, is in elk geval niet onbegrijpelijk. In dit verband wijs ik op het citaat dat het hof heeft gegeven in rov. 2.8. Het hof heeft geciteerd uit het rapport van 22 november 2012 van [de deskundige]. Van dat citaat maakt deel uit de conclusie van [de deskundige] onder nummer 8. dat het proces van verticaal transport van geringe hoeveelheden gedurende vele jaren (dus het door Chubb genoemde “
jarenlange verzakkingsproces”) zowel de geleidelijk opgetreden geringe grondverzakking onder winkelcentrum ’t Loon, als het ontstaan van de
sinkholeverklaart, maar dat opgemerkt dient te worden dat “
een geringe grondverzakking” (dus, opnieuw, het “
jarenlange verzakkingsproces” waarover Chubb het heeft), zoals die zich onder winkelcentrum ’t Loon voordeed, “
zeker niet betekent dat verwacht mocht worden dat zich (op enig moment) een sinkhole zou voordoen”. Met andere woorden: ook met inachtneming van het “
jarenlange verzakkingsproces” kan het ontstaan van de
sinkholeheel wel als de rechtens relevante (plotselinge en onvoorziene) gebeurtenis worden aangemerkt.