Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
4 oktober 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd voor het rijden onder invloed van amfetamine en cannabis op 17 november 2018. Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat door een vertraging van negen dagen tussen het versturen en ontvangen van bloedmonsters bij het NFI sprake was van een onherstelbaar vormverzuim volgens art. 359a Sv, maar dat dit vormverzuim geen rechtsgevolgen hoefde te hebben omdat de verdediging niet had aangetoond dat de verdachte nadeel had ondervonden.
De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door art. 359a Sv als toetsingskader te hanteren voor het verzuim van art. 13 lid 1 onder Pro d van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen. Dit artikel vereist dat bloedmonsters zo spoedig mogelijk worden bezorgd bij een geaccrediteerd laboratorium, en vormt een strikte waarborg die niet kan worden getoetst aan art. 359a Sv.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling en afdoening. De zaak zal opnieuw moeten worden behandeld met inachtneming van de juiste rechtsregels omtrent vormverzuim bij bloedonderzoek.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens op 4 oktober 2022.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.