ECLI:NL:HR:2022:137
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven te Westerhoven beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juli 2021. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep onderzocht en vastgesteld dat de indiener van het beroepschrift niet de benodigde machtiging had om het beroep in cassatie in te dienen namens de partij [X] te [Z].
De griffier van de Hoge Raad had de indiener verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid bleek, of een verklaring van degene namens wie het beroep werd ingesteld. Hoewel een machtiging werd overgelegd, omvatte deze niet het instellen van het beroep in cassatie. Hierdoor concludeerde de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was.
Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest werd uitgesproken op 4 februari 2022 door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid van de indiener.