Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
14 oktober 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden centraal, waarbij een niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding volgens artikel 1:141 lid 1 BW Pro aan de orde was. De vraag was of het vermoeden dat ter volstorting van aandelen een ingebrachte eenmanszaak was gevormd uit te verrekenen winsten, kon worden weerlegd op grond van artikel 1:141 lid 3 BW Pro.
De man en de vrouw, partijen in het huwelijk, waren het oneens over de uitvoering van het verrekenbeding. Het hof had eerder beschikking gegeven over het geschil, waarna de man cassatieberoep instelde en de vrouw incidenteel cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van beide partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofbesluit.
De Hoge Raad heeft besloten het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee is het hofbesluit bekrachtigd en blijft de eerdere beschikking in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het hofbesluit over de afwikkeling van het periodiek verrekenbeding.