Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
5.Beslissing
18 oktober 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 9 februari 2018 op Curaçao een ander meermalen met gebalde vuisten tegen het gezicht en de ribben heeft geslagen, waarbij het slachtoffer twee ribfracturen en een onderkaakfractuur opliep. Het hof kwalificeerde deze letsels als zwaar lichamelijk letsel, mede vanwege een herstelperiode die aanvankelijk op negen weken werd ingeschat, maar later werd gesteld op zes maanden.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor zwaar lichamelijk letsel, waaronder de aard van het letsel, de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op volledig herstel. Het hof had vastgesteld dat invasief medisch ingrijpen niet nodig was en dat de letsels door rust genezen, maar baseerde het oordeel op een herstelduur van zes maanden en blijvende beperkingen zonder dat dit uit de bewijsmiddelen bleek.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor een nieuwe beoordeling en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van zwaar lichamelijk letsel en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.