Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Farmsum,
2.Uitgangspunten en feiten
Slapend dienstverband
3.Rechtsingang
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
11 november 2022.
Hoge Raad
Deze uitspraak behandelt de vraag vanaf welk moment de Xella-norm geldt, die werkgevers verplicht slapende dienstverbanden te beëindigen met toekenning van een transitievergoeding. De werknemer was sinds 1985 in dienst en raakte in 2014 volledig arbeidsongeschikt, waarna vanaf 25 juni 2016 sprake was van een slapend dienstverband. De werknemer verzocht in januari 2017 om beëindiging met transitievergoeding, maar ESD weigerde die vergoeding toe te kennen. De arbeidsovereenkomst eindigde in 2017 van rechtswege bij het bereiken van de AOW-leeftijd zonder vergoeding.
De werknemer vorderde vervolgens schadevergoeding wegens schending van goed werkgeverschap, maar kantonrechter en hof wezen dit af. Het hof oordeelde dat de norm om slapende dienstverbanden te beëindigen pas geldt vanaf 20 juli 2018, toen de compensatieregeling in werking trad. Voor die datum was het niet onredelijk dat een werkgever het dienstverband slapend hield zonder vergoeding te betalen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de Xella-norm berust op een wettelijke aanspraak op compensatie volgens art. 7:673e BW, die pas vanaf publicatie van de wet op 20 juli 2018 voldoende zeker was. De terugwerkende kracht van de compensatieregeling tot 1 juli 2015 betekent niet dat werkgevers vóór 20 juli 2018 al verplicht waren mee te werken aan beëindiging met vergoeding. Het beroep van de werknemer wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de verplichting tot beëindiging van slapende dienstverbanden met transitievergoeding pas geldt vanaf 20 juli 2018.