ECLI:NL:HR:2022:1581

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2022
Publicatiedatum
4 november 2022
Zaaknummer
22/00997
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:266 lid 1 BWArt. 810a lid 2 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezag moeder over drie kinderen en beoordeling verzoek contra-expertise in jeugdbescherming

De zaak betreft het cassatieberoep van een moeder tegen het besluit van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarbij het gezag van de moeder over drie van haar kinderen werd beëindigd. De moeder stelde onder meer dat er onvoldoende zorgvuldigheid was betracht bij de uithuisplaatsing en dat het verzoek om contra-expertise ten onrechte was afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het procesverloop en de feiten. De Raad voor de Kinderbescherming was verweerster in cassatie, maar heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de moeder beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt dan ook verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het gezag over de drie kinderen blijft beëindigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00997
Datum4 november 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende op een geheim te houden adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO NOORD-NEDERLAND,
gevestigd te Groningen,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de raad,
niet verschenen,
Als belanghebbenden zijn in hoger beroep aangemerkt:
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Groningen,
en
de pleegouders.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/19/134190 / FA RK 20-3300 van de rechtbank Noord-Nederland van 4 mei 2021;
de beschikking in de zaak 200.298.439/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2021.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak, als voorzitter, en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
4 november 2022.