ECLI:NL:HR:2022:1606

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/03880
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:82 lid 2 BWArt. 6:83 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijds cassatieberoep in zaak afwikkeling aannemingsovereenkomst met betrekking tot vluchtwegen metrostations

De zaak betreft een tussentijds cassatieberoep van de Gemeente Amsterdam tegen een tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam inzake de afwikkeling van een aannemingsovereenkomst met betrekking tot de vluchtwegen van ondergrondse metrostations. De vraag stond centraal of de schuldeiser uit mededelingen van de schuldenaar mocht afleiden dat deze in nakoming van zijn verbintenis tekort zou schieten, en of een ingebrekestelling in dat geval achterwege kon blijven.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en beoordeelt de klachten tegen het tussenarrest. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. De Hoge Raad achtte het niet nodig om het oordeel nader te motiveren omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de Gemeente Amsterdam veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente Amsterdam wordt verworpen en de Gemeente wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03880
Datum11 november 2022
ARREST
In de zaak van
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja,
tegen
1. [verweerster 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. SPIE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaten: J.W.M.K. Meijer en M.H.K. Jansen.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/622281 / HA ZA 17-75 van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2018 en 7 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.263.054/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2021 (hierna: het tussenarrest) en 17 augustus 2021.
De Gemeente heeft tegen het tussenarrest beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de Gemeente hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het tussenarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot, als voorzitter, en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
11 november 2022.