Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Inleiding en feiten
scope”) nader is bepaald in een bijlage met een lijst van MMC’s en ABC’s. Na de ondertekening van de [overeenkomst 2] zijn opnieuw vertragingen ontstaan, mede als gevolg van door de Gemeente verlangd meerwerk.
2. Betaalbaarstellingen op korte termijn en opleverdatum:
scope gebruiksmelding” en op een later te bepalen tijdstip de “
scope einde werk”. In artikel 5 van Pro de overeenkomst staat dat de Gemeente aan [de groep van appellanten] een bedrag betaalt van € 3.280.000 (ex BTW) ter vergoeding van de indirecte kosten aan [de groep van appellanten] in verband met de gewijzigde planning en fasering tot en met 4 mei 2014. De overeenkomst bevat een bijlage met MMC’s en ABC’s en een bijlage met het hierboven aangehaalde gespreksverslag van 21 januari 2014.
scope gebruiksmelding” met terugwerkende kracht per 1 mei 2014 als opgeleverd kan worden beschouwd.
scope einde werk” is gedefinieerd in bijlage 1 met daarin een lijst van ongeveer 200 MMC’s en ABC’s. Als opleverdatum is 31 maart 2015 overeengekomen. Voorts staat in artikel 2 dat Pro de Gemeente niet het initiatief neemt tot nieuwe MMC’s en dat [de groep van appellanten] vragen met betrekking tot nieuwe MMC’s niet in behandeling neemt, tenzij de projectmanager van de Gemeente en de projectdirecteur van [de groep van appellanten] anders overeenkomen en dat schriftelijk aan de betrokken medewerkers van de Gemeente hebben medegedeeld. In artikel 6 van Pro de overeenkomst (“Indirecte kosten”) staat dat de Gemeente een bedrag van € 5.644.004,- aan [de groep van appellanten] betaalt ter vergoeding van de indirecte kosten tot aan de oplevering. In een bijlage is een betalingsschema opgenomen met betrekking tot deze kosten. Voor februari 2015 staat hierin een bedrag van € 364.940,- opgenomen, te betalen op 1 maart 2015.
package deal”, heeft de Gemeente bij e-mail van 3 februari 2015 aan [de groep van appellanten] medegedeeld dat de factuur van € 364.940,- voor indirecte kosten (zie hierboven onder 10) zal worden verrekend met het in 2014 aan [de groep van appellanten] verstrekte voorschot. In reactie hierop heeft [de groep van appellanten] bij e-mail van 4 februari 2015 laten weten dat verrekening mee zal brengen dat [de groep van appellanten] medio week 8 geen liquiditeit meer heeft om aan haar verplichtingen te voldoen, dat de investering van [de groep van appellanten] inmiddels boven het voorschot van € 5 miljoen uitgaat en dat de oplossing voor de liquiditeit en de verrekening van het voorschot ligt in de vaststelling van de ABC’s. [de groep van appellanten] heeft in de email een dringend verzoek gedaan de facturen voor de indirecte kosten uit te betalen conform de bedragen in Addendum II [overeenkomst 2] .
raming voor deal”.
Reactie bouwstenen packagedeal”) heeft de Gemeente aan [de groep van appellanten] onder verwijzing naar de hierboven onder 13 vermelde e-mail van 6 maart 2015 van [de groep van appellanten] bevestigd dat MMC 10.151.2, MMC 10.219, MMC 10.231 en MMC 10.236 geen onderdeel uitmaken van een eventuele deal. Wegens vertraging die voor rekening van de Gemeente komt, wordt de oplevertermijn verschoven van 31 maart 2015 naar 9 juni 2015. De met deze verschuiving gepaard gaande indirecte kosten van [de groep van appellanten] heeft de Gemeente beraamd op € 600.000,-. De brief sluit af met het voorstel deze en andere punten te agenderen op een contractoverleg op 20 maart 2015.
Afronding en oplevering” onder meer het volgende:
scope einde werk”per 31 maart 2015 zal opleveren voor zover uitvoerbaar wegens niet in opdracht gegeven werkzaamheden. [de groep van appellanten] heeft zich vanaf 1 mei 2014 flexibel opgesteld en kosten voorgefinancierd om de voortgang te waarborgen en vertraging te voorkomen.
scope einde werk” is in Addendum 2 [overeenkomst 2] bijlage 1 gedefinieerd. Daarin staat een lijst met gedeeltelijk nog niet overeengekomen meerwerk.
scope einde werk” verricht - voor zo ver deze uitvoerbaar waren wegens raakvlakken met niet door de gemeente opgedragen werkzaamheden - en per 31 maart 2015 voltooid en gereed gemeld.
voltooid gemeld werk niet betwiste scope” zal op de overeengekomen gebruikelijke wijze worden opgeleverd. Hiertoe is [de groep van appellanten] nog immer bereid en [de groep van appellanten] ontvangt graag een schriftelijke bevestiging dat de Gemeente medewerking aan die oplevering zal verlenen. Voor zover rechtens noodzakelijk, verzoekt [de groep van appellanten] de Gemeente om tot opneming van het werk als bedoeld in paragraaf 9 UAV 1989 over te gaan.
voltooid gemeld werk niet betwiste scope”. Die medewerking is ingegeven om te komen tot een beheerste afronding van het werk. Onderwerp van de standopname zal slechts zijn: “
onvoltooid gemeld werk betwiste scope”na 1 mei 2014.
scope einde werk”zoals beschreven in bijlage 1 van Addendum II [overeenkomst 2] is geen sprake.
scope gebruiksmelding” die nog niet waren verholpen), opdrachten verstrekt aan derden.
3.Beoordeling
scope einde werk” zoals gedefinieerd in bijlage 1 van Addendum II [overeenkomst 2] bestond uitsluitend uit meerwerk. In paragraaf 36 lid 3 UAV 1989, wordt aan de aannemer de verplichting opgelegd om binnen bepaalde procentuele grenzen in afwijking van de aanneemsom, gevolg te geven aan bestekwijzigingen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de grens van afwijking van de aanneemsom ruimschoots was overschreden.
package deal” over (nog over een te komen) MMC’s en de gevolgen van nieuwe wijzigingen. In dat verband wijst het hof op de hierboven onder 12, 14 en 15 weergegeven e-mails tussen partijen waarin naar voren komt dat bepaalde MMC’s en ABS’s nog niet vast staan en dat bepaalde MMC’s geen deel uitmaken van een “
package deal”.Het hof leidt uit die e-mails af, dat ook is gesproken over meerwerkopdrachten die geen deel uitmaakten van de lijst in bijlage 1 van Addendum II [overeenkomst 2] (MMC 10.141.2 en MMC 10.236). Uit het Exceloverzicht bij de e-mail van 9 maart 2015 (hierboven onder 14) komt voorts naar voren in welke fase de MMC’s en de ABC’s zich volgens [de groep van appellanten] bevonden. Een en ander zou worden besproken tijdens het contractoverleg op 20 maart 2015. Van een concrete bespreking is het echter niet gekomen omdat [de groep van appellanten] besloot haar werkzaamheden af te ronden en haar organisatie af te bouwen.
scope einde werk”, nu de werkzaamheden die vielen onder de “
scope gebruiksmelding” per 1 mei 2014 zijn opgeleverd. Zoals ook ter terechtzitting naar voren is gebracht, gaan beide partijen er van uit dat bijlage 1 van Addendum II [overeenkomst 2] bepalend is voor de “
scope einde werk”. In deze bijlage staat een lijst met MMC’s en ABC’s (overgelegd bij productie 22 dagvaarding en tevens gehecht aan de pleitnotitie van [de groep van appellanten] ). Die lijst bevat de totale omvang van het in opdracht gegeven werk. Over nieuwe meerwerkopdrachten (onderdeel van een mogelijke “
package deal”) hebben zij geen overeenstemming bereikt. Die maken derhalve geen onderdeel uit van de “
scope einde werk”.
scope einde werk”) afronden, met uitzondering van die wijzigingen die (i) te onbepaald van inhoud waren om te kunnen uitvoeren en (ii) pas konden worden uitgevoerd nadat de Gemeente definitief een beslissing had genomen over andere wijzigingen.
scope einde werkbehoorde). De Gemeente heeft niet op de gereed melding gereageerd en is niet ingegaan op het verzoek van [de groep van appellanten] om het werk op te nemen. [de groep van appellanten] heeft zich in dat verband beroepen op paragraaf 9 UAV 1989. Niet duidelijk is geworden wat op 31 maart 2015 het standpunt van de Gemeente was met betrekking tot de door [de groep van appellanten] verrichte werkzaamheden (of en in hoeverre er aan de
scope einde werkwas voldaan, welk overeengekomen meerwerk in de visie van de gemeente nog hadden moet worden verricht, welke gebreken er hersteld hadden moeten worden, enz). Overleg daarover dan wel een vordering tot nakoming zijn uitgebleven. Voor zover de Gemeente meende dat het opgedragen werk niet was afgerond, had de Gemeente [de groep van appellanten] op grond van paragraaf 46 lid 1 UAV 1989 en 6:83 BW in gebreke moeten stellen en daarbij moeten concretiseren waaruit een tekortkoming van [de groep van appellanten] had bestaan. De Gemeente heeft dit ten onrechte nagelaten. Door geen ingebrekestelling te sturen, is [de groep van appellanten] niet in de gelegenheid gesteld om mogelijke gebreken te herstellen en, voor zo ver dat niet zou zijn gebeurd, werkzaamheden behorend tot de “
scope einde werk” uit te voeren. Het noemen van voorbeelden in de brief van 13 april 2015 (hierboven onder 23) te weten MMC 10.008 en MMC 10.039, MMC 10.216 en MMC 10.217, volstaat in dat verband niet. In dat verband overweegt het hof nog dat - zoals [de groep van appellanten] terecht heeft gesteld - MMC 06.212, MMC 10.035 en MMC 10.236 niet staan opgenomen in bijlage 1 van Addendum II [overeenkomst 2] , dat MMC 10.216 - na een sommatie bij email van 18 maart 2015 - blijkens mededelingen ter terechtzitting naar tevredenheid was afgehandeld en dat het de vraag is of MMC 10.008 en MMC 10.217 al dan niet konden worden uitgevoerd vanwege een relatie met de niet opgedragen MMC 10.236. Die discussie hierover heeft niet plaatsgevonden op het moment dat dat had moeten gebeuren (uiterlijk naar aanleiding van een schriftelijke ingebrekestelling). De Gemeente heeft vervolgens [de groep van appellanten] per 30 april 2015 de toegang tot het werk ontzegd en werkzaamheden in opdracht aan derden gegeven.
scope einde werk” tot een goed einde te brengen.