ECLI:NL:HR:2022:1623

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/02082
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.15.1 TelecommunicatiewetArt. 408 lid 1 sub a SvArt. 81 lid 1 Wet ROArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in economische strafzaak gebruik radioapparaten zonder vergunning

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, economische kamer, waarin de verdachte werd geconfronteerd met een niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wegens te late indiening. Het geschil gaat over het gebruik van radioapparaten zonder vergunning, in strijd met artikel 10.15.1 van de Telecommunicatiewet.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is onder meer overwogen dat het niet nodig is om de vragen over de uitreiking van de dagvaarding of de absolute competentie van de economische kamer te beantwoorden, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Ook is het bezwaar over een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van een of meer raadsheren van het hof aan de orde gesteld, maar dit behoeft geen nadere bespreking gelet op een eerder arrest van de Hoge Raad. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd.

De uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het arrest is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 15 november 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02082 E
Datum15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, economische kamer, van 12 mei 2021, nummer 20-001219-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 november 2022.