Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1692

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
16 november 2022
Zaaknummer
21/01583
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 24 RvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak belaging buren door langdurige overlast

In deze strafzaak stond de vraag centraal of sprake was van belaging door het jarenlang bijna dagelijks veroorzaken van overlast aan buren, in strijd met artikel 285b lid 1 Sr. De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, onder meer over de bewijsvoering met betrekking tot het stelselmatige karakter van de overlast en het opzet en oogmerk van de verdachte.

Daarnaast was er discussie over de vorderingen van de benadeelde partij, waaronder de aanschaf van een camera met geheugensteun en immateriële schadevergoeding. De verdachte betoogde dat het hof in strijd met artikel 24 Rv Pro de feitelijke grondslag van de vordering zou hebben aangevuld en dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van rechtstreekse immateriële schade.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep van de verdachte is derhalve verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend op 13 december 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01583
Datum13 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2021, nummer 21-004382-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 december 2022.