ECLI:NL:HR:2022:1742

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
21/03877
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 611d Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in dwangsomzaak tussen Metroprop en Coltavast

In deze zaak heeft Metroprop B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin een dwangsomveroordeling aan de orde was. Coltavast B.V. en Coltavast Rotterdam B.V. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft de klachten van Metroprop beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het voorwaardelijke incidentele beroep van Coltavast c.s. behoeft daarom geen behandeling.

De Hoge Raad heeft het principale cassatieberoep verworpen en Metroprop veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 3.116,34, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren en de vicepresident van de Hoge Raad op 25 november 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Metroprop wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03877
Datum25 november 2022
ARREST
In de zaak van
METROPROP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Metroprop,
advocaten: G.C. Nieuwland en J.W. de Jong,
tegen
1. COLTAVAST ROTTERDAM B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
2. COLTAVAST B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Coltavast c.s.,
advocaat: R.L.M.M. Tan.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/681613 / KG ZA 20-281 HH/LO van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 20 mei 2020;
b. het arrest in de zaak 200.283.353/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2021.
Metroprop heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Coltavast c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Metroprop mede door R. de Graaff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van Metroprop hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Metroprop in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Coltavast c.s. begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Metroprop deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak, als voorzitter, en de raadsheren C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
25 november 2022.