Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Non-conformiteit en teleurgestelde verwachtingen
[betrokkene 6], die aanwezig was toen de mondelinge afspraken m.b.t. de verkoop van de Objecten werden gemaakt en kan verklaren over de partijbedoelingen;’
subonderdeel 1.6heeft het hof onder 3.4 te hoge eisen gesteld aan de stelplicht van Metroprop wat betreft de relevante waardedaling van de panden. Volgens Metroprop is in het licht van een aantal stellingen en omstandigheden onbegrijpelijk dat het hof die waardedaling per 31 maart 2020 niet minstens als uitgangspunt heeft genomen, ook al zijn geen nadere gegevens zoals een taxatierapport overgelegd waaruit die waardedaling blijkt.
“De koopsom is vast en onveranderlijk”,waaruit valt af te leiden dat juist is geabstraheerd van de situatie of die huurinkomsten daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd, om welke reden dan ook.’ De klacht betoogt dat deze afleiding onbegrijpelijk is in het licht van de coronacrisis, die ook volgens het hof zelf (zie rechtsoverweging 3.11 van het arrest) een onvoorziene omstandigheid was: ‘Daarvan uitgaande is niet (zonder meer) in te zien dat partijen toch zouden hebben bedoeld om (ook) te abstraheren van de situatie of de huurinkomsten kunnen worden gerealiseerd, in die zin dat de koopprijs ook als dat niet zo zou zijn zonder meer volledig verschuldigd zou zijn, voor het geval dat de huurinkomsten zouden wegvallen door de Coronacrisis.’ [18]
subonderdeel 1.11is het oordeel van het hof (onder 3.6) dat Metroprop zich rond 31 maart 2020 nooit jegens Coltavast op verzuim heeft beroepen onbegrijpelijk, gelet op de e-mail van [betrokkene 2] van 19 maart 2020 aan [betrokkene 4] , de bij de transactie betrokken makelaar. Het hof heeft de relevante inhoud van die e-mail opgenomen onder 2.5 van zijn arrest. Ik citeer:
verwachtingdat een partij zal tekortschieten, valt met een beroep op verzuim in elk geval niet gelijk te stellen. De verwijzing door de steller van het middel naar art. 6:83 onder Pro c BW gaat evenmin op, nu die bepaling refereert aan een mededeling van de schuldenaar, terwijl de e-mail van 19 maart 2020 afkomstig is van Metroprop als schuldeiser.
niethet enkele gevolg is van de coronacrisis (een onvoorziene omstandigheid). In plaats daarvan geldt die financieringsonmacht in de benadering van het hof als de verwezenlijking van een door Metroprop genomen financieringsrisico waarvoor zij geen ‘dekking’ heeft gezocht in de vorm van een financieringsvoorbehoud, terwijl niet aannemelijk is geworden dat Metroprop in de periode na de aankoop van de panden (en grotendeels voor het ‘uitbreken’ van de coronacrisis) voldoende voortvarend heeft gehandeld om de financiering rond te krijgen.
‘not done’.Ook van deze omstandigheid valt niet in te zien waarom zij zou meebrengen dat Coltavast in redelijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mocht verwachten. De gevolgen van hetgeen in de kringen van Metroprop gebruikelijk is, komen veeleer bij uitstek voor rekening en risico van Metroprop, zo dunkt mij.
subonderdeel 2.3is het oordeel van het hof in rechtsoverweging 3.14 onbegrijpelijk, volgens welk Metroprop onvoldoende concreet heeft gemaakt welke pogingen zij sinds de aankoop van de panden in november 2019 heeft ondernomen om financiering te krijgen en niet aannemelijk is geworden dat Metroprop zich daarbij voldoende voortvarend heeft opgesteld.
uit deze zaak(en maken dat oordeel dus ook niet onbegrijpelijk). Andere aangehaalde stellingen gaan in het geheel niet over pogingen die Metroprop heeft ondernomen om de financiering rond te krijgen voor specifiek deze panden, althans hebben daarop niet voldoende duidelijk betrekking. [24] De enkele mededelingen en stellingen van de zijde van Metroprop, die inhielden dat Metroprop met haar financiers ‘in een keten van financieringen’ zat en die de strekking hadden dat Metroprop tijdig voldoende stappen heeft ondernomen om de financiering rond te krijgen, maken het oordeel van het hof dat Metroprop niet voldoende
concreetheeft gemaakt welke financieringspogingen zij heeft gedaan, evenmin onbegrijpelijk. [25] Voor zover het subonderdeel opnieuw verwijst naar inspanningen die Metroprop heeft verricht nadat de coronacrisis was uitgebroken, verwijs ik naar hiervoor 3.33, vijfde streepje.
a contrario-lezing van de bestreden rechtsoverweging, maar laat na te onderbouwen waarom voor die lezing plaats is. Voor die lezing is mijns inziens ook geen plaats. Het hof noemt de omstandigheid dat geen financieringsvoorbehoud is overeengekomen slechts ter onderbouwing van zijn oordeel dat aannemelijk is dat Metroprop risico’s heeft genomen, een en ander als reactie op het betoog van Metroprop dat financiering voor de coronacrisis nooit een probleem was en dat zij ervan uitging dat dit ook nu geen probleem zou zijn. Het is geenszins onbegrijpelijk dat het hof het ontbreken van een financieringsvoorbehoud ziet als een aanwijzing dat Metroprop financieringsrisico’s heeft genomen. Anders dan de steller van het middel meent, heeft het hof aan dat ontbreken van een voorbehoud niet(s) meer ontleend.
subonderdeel 2.5is het oordeel van het hof onder 3.15 onjuist of onbegrijpelijk, volgens welk het financieringsrisico voor rekening van Metroprop moet blijven ‘mede gezien haar status als professionele en ervaren vastgoedbelegger’, gelet op de stellingen van Metroprop dat (1) de coronacrisis een crisis is zonder aanzien des persoons, (2) die crisis ook ervaren commerciële partijen treft en (3) zich tussen Metroprop en Coltavast ter zake van die crisis geen asymmetrie voordoet.
Onrechtmatige executie
Ciba Geiby/ […]van uw Raad. [32] Weliswaar kan een andersluidend oordeel in het bodemgeschil tot gevolg hebben dat de partij die door dreiging met executie van het kortgedingvonnis zijn wederpartij tot nakoming van dat vonnis heeft gedwongen, achteraf blijkt onrechtmatig jegens die wederpartij te hebben gehandeld en (dus) dat die partij tot schadevergoeding jegens haar wederpartij gehouden kan zijn, maar verbeurde dwangsommen vallen onder die schadevergoeding niet. [33] Door Boonekamp is dit aldus toegelicht dat het er bij die aansprakelijkheid om gaat dat voor het verrichten van de prestatie achteraf geen materiële rechtsgrond bestond, en
nietom de executoriale kracht van het kortgedingvonnis. [34] Het andersluidende oordeel in de bodemprocedure legitimeert niet dat de veroordeelde zich eerder niet hield aan de met een dwangsom versterkte voorlopige voorziening.
Dwangsommen
subonderdeel 4.1is het oordeel van het hof onbegrijpelijk dat Coltavast afdoende heeft toegelicht dat het verkrijgen van een royementsverklaring een formaliteit was die pas zijn beslag kon krijgen wanneer de aflosnota was opgemaakt, waarvoor noodzakelijk was dat duidelijk zou worden dat en wanneer Metroprop de betaling zou verrichten. De steller van het middel verwijst naar e-mailcorrespondentie tussen Coltavast en de notaris uit juni 2020 (genoemd in de memorie van grieven, onder 2.122) waaruit zou blijken dat het verkrijgen van een royementsverklaring mogelijk was zonder dat duidelijk was wat en wanneer Metroprop de betaling zou verrichten.
uitsluitendde oorzaak van de niet-nakoming is. [35] Wie met dit in het achterhoofd rechtsoverweging 3.21 (hiervoor 3.51 geciteerd) herleest, zal daarin met mij kunnen lezen dat het hof het beroep van Metroprop op twee gronden heeft verworpen, namelijk (1) de beweerde verhindering aan de zijde van Coltavast (namelijk het ontbreken van een royementsverklaring) is in plaats van aan Coltavast aan Metroprop toe te rekenen, en (2) Metroprop stortte tot 31 juli 2020 de koopprijs niet onder de notaris (iets wat uiteraard niet door het ontbreken van de royementsverklaring werd verhinderd; het ontbreken van die verklaring stond slechts aan levering van het verkochte in de weg, niet aan de betaling), en dus werd nakoming (de levering van het verkochte) niet uitsluitend verhinderd door het ontbreken van de royementsverklaring. Alleen de eerste pijler onder de beslissing van het hof wordt door de klacht geraakt; de andere staat fier overeind en draagt de verwerping van grief 6 zelfstandig. Vinden we deze lezing van een tweede pijler onder het oordeel van het hof te geforceerd, dan verandert dat nog niets aan de uitkomst. Dan faalt het subonderdeel bij gebrek aan belang omdat het beroep van Metroprop op schuldeisersverzuim onmogelijk kan slagen. Het ontbreken van de royementsverklaring was niet uitsluitend de oorzaak van de niet-nakoming van de verbintenis. Zou Metroprop wel reeds vóór 31 juli 2020 de koopsom onder de notaris hebben gestort en bleef vervolgens levering nog enige tijd uit doordat Coltavast nog niet voor een royementsverklaring had gezorgd, dán zou voor die periode het beroep op schuldeisersverzuim hebben kunnen opgaan. Nu kan het dat niet.
5. De beslissing
Dwangsom
Dwangsom