Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1891

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
21/05414
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6 EVRMArt. 186 RvArt. 843a RvArt. 202 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verschoningsrecht en voorlopige bewijsbeslag

In deze zaak hebben vier advocaten cassatieberoep ingesteld tegen beschikkingen van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende verzoeken om voorlopige getuigenverhoren, verstrekking van bescheiden en een voorlopig deskundigenbericht in een civiele procedure na het leggen van conservatoir bewijsbeslag.

Het hof had deze verzoeken aangehouden in afwachting van een strafzaak waarin twee van de verzoekers als advocaat optreden. De advocaten voerden onder meer aan dat het hof ten onrechte een daadwerkelijke verstoring van de strafzaak aannam en dat het verschoningsrecht onjuist werd toegepast op gegevens die aan de verschoningsgerechtigde onbekend waren.

De Hoge Raad heeft de klachten van de advocaten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikkingen. Vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de advocaten veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en vijf raadsheren, in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de advocaten worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/05414
Datum16 december 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: de Advocaten,
advocaat: A.M. van Aerde, aanvankelijk ook A.E.H. van der Voort Maarschalk,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (HET OM, DE FIOD EN DE BELASTINGDIENST),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: G.C. Nieuwland.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/01/342354 / EX RK 19-6 van de rechtbank Oost-Brabant van 5 juni 2019;
b. de beschikkingen in de zaak 200.265.410/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 augustus 2020, 19 november 2020, 28 januari 2021 en 30 september 2021.
De Advocaten hebben tegen de beschikkingen van het hof van 6 augustus 2020 en 30 september 2021 beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de advocaat-generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Advocaten heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Advocaten in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat op € 913,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, F.R. Salomons en T. Kooijmans, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
16 december 2022.