Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
20 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van een dubbele poging tot moord op een begraafplaats in Roermond. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legde aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen op, waarbij gijzeling als dwangmiddel kon worden toegepast bij niet-betaling. De duur van de gijzeling werd vastgesteld op in totaal 365 dagen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte de duur van de gijzeling had vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde ambtshalve dat de maximale duur van gijzeling bij een schadevergoedingsmaatregel conform artikel 36f lid 5 Sr en artikel 6:4:20 Sv Pro maximaal één jaar (360 dagen) mag bedragen, ook bij samenloop van maatregelen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het de duur van de gijzeling betrof en stelde zelf de duur vast op respectievelijk 86 en 274 dagen, samen 360 dagen. De overige klachten van de verdachte werden verworpen. Hiermee werd voldaan aan het wettelijk maximum en werd de rechtsgeldigheid van de maatregel hersteld.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen tot het wettelijk maximum van één jaar (360 dagen).