Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het namens de benadeelde partij voorgestelde cassatiemiddel
4.Beslissing
24 mei 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over medeplegen diefstal met braak. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot schadevergoedingsmaatregelen waarbij gijzeling werd opgelegd voor in totaal 365 dagen bij gebreke van betaling.
De Hoge Raad oordeelde dat de duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen wettelijk beperkt is tot maximaal één jaar, waarbij één jaar gelijkstaat aan 360 dagen. Dit volgt uit een redelijke uitleg van artikel 60a Sr in samenhang met artikel 36f Sr en de samenloopregels in artikel 57 en Pro 58 Sr. De door het hof vastgestelde duur van 365 dagen overschrijdt dit maximum en is daarom niet toelaatbaar.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor dit onderdeel en bepaalde dat de gijzeling voor de twee benadeelden kan worden vastgesteld op respectievelijk 300 en 60 dagen, samen 360 dagen. De overige klachten van de benadeelde partij werden verworpen zonder nadere motivering.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 24 mei 2022. Hiermee is duidelijkheid geschapen over de maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen in geval van samenloop van strafbare feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt dat de maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen 360 dagen bedraagt en vernietigt het hofarrest voor het overschrijden van deze termijn.