Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
om het met hem te kunnen uitpraten over een akkefietje en ze hebben een opgezet plan gemaakt om ons aan te kunnen pakken, zeg maar. Akkefietje was dat hij beweerde dat ik iets over hem had gezegd. Voordat wij iets konden doen haalde hij zijn broer erbij. Zijn broer heeft zich toen verstopt. Toen kwam hij, zijn broer, gelijk op ons schieten. De broer is [getuige 9] . Dezelfde dag, zondag. Hij appte mij. Hij vroeg toen aan mij of ik naar het kerkhof wilde komen. En toen ben ik daarnaar toe gereden met [getuige 2] en [getuige 8][het hof begrijpt: [getuige 8] ]
, Gewoon daarheen gereden, onbewapend en niks, gewoon om te praten. Maar toen wij daar aankwamen zonder enig iets, kwam [getuige 9] die zich had verstopt achter de bosjes tevoorschijn met het geweer. Hij kwam gelijk dichtbij met het geweer en schoot op [getuige 2][het hof begrijpt: [getuige 2] ]
en mij.
) al met het geweer en begon hij te schieten. Ik zat aan de bestuurderszijde.
Post-Keskin-arrest uit 2021, betrekking heeft op verzoeken tot het horen van getuigen ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen. [2] In de onderhavige zaak wordt in cassatie echter niet betwist dat de verdediging het ondervragingsrecht ten aanzien van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] al heeft kunnen uitoefenen: de vraag die de steller van het middel opwerpt, is slechts de vraag of de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]
opnieuwin het bijzijn van de verdediging hadden moeten kunnen worden ondervraagd nadat de getuige [getuige 8] een met hun verklaringen tegenstrijdige verklaring had afgelegd bij de raadsheer-commissaris. Het
Post-Keskin-arrest is in deze zaak dus niet van toepassing.