2.5De raadsman van de verdachte heeft vervolgens ter terechtzitting van 8 maart 2021 nogmaals verzocht de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] te horen:
“De verklaring van getuige [getuige 8] kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat [getuige 1] en [getuige 2] liegen over zijn aanwezigheid in de auto.
Uw hof heeft ambtshalve besloten getuige [getuige 8] in hoger beroep nogmaals te horen, niet zonder reden. De verklaring van [getuige 8] bij de raadsheer-commissaris kan zowel door de vorm en inhoud als onbevredigend worden bestempeld.
Indien [getuige 8] , [getuige 1] en [getuige 2] met elkaar worden geconfronteerd, kan het zijn dat daaruit naar voren komt dat de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] minder betrouwbaar zijn dan de rechtbank heeft geoordeeld. Het standpunt van cliënt dat zij in elk geval niet het volledige verhaal vertellen, met name ten aanzien van onderdelen die voor mijn cliënten zijn broer ontlastend zijn, namelijk dat er aan de kant van [getuige 1] en [getuige 2] eerst een wapen is getrokken.
[getuige 9] heeft verklaard dat hij zou hebben geschoten uit zelfverdediging. Hij is momenteel onvindbaar.
Het gaat wel ergens om; het betreft een ernstige zaak en cliënt is in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaren.
Het nader horen van de genoemde getuigen waarbij een confrontatie plaatsvindt is en blijft in de ogen van de verdediging geboden en noodzakelijk. Het instrument van confrontaties juist voor situaties als deze bedoeld.
Uw hof heeft, weliswaar in een andere samenstelling, ambtshalve besloten getuige [getuige 8] in hoger beroep nogmaals te horen. Dat zal zijn omdat uw hof twijfels heeft Aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring. Ik hoor u, voorzitter, aangeven dat dit met name gelegen was in het feit dat er om het horen van verschillende getuigen was verzocht en [getuige 8] bij het incident aanwezig is geweest. Ik reageer daarop dat [getuige 8] al eerder gehoord was bij de rechter-commissaris. Ik vind het bijzonder dat [getuige 8] bij de raadsheer-commissaris nogmaals wordt gehoord. Dat zal niet zonder reden zijn.
De verklaring van [getuige 8] bij de RHC kan zowel door de vormen inhoud als onbevredigend worden bestempeld. De verdediging meent dat zijn verklaring lijnrecht ingaat tegen de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . Uiteindelijk heeft [getuige 8] aangegeven dat hij niet in de auto zat. Daarmee geeft hij aan dat [getuige 1] en [getuige 2] op dat punt liegen. Cliënt stelt ook dat de aangevers niet de (volledige)waarheid vertellen. Daarom is de verklaring van [getuige 8] voor de verdediging relevant. Er zijn aanwijzingen dat de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd. In elk geval is er de mogelijkheid dat zij tussentijds overleg met elkaar hebben gehad.
Met de huidige stand van het onderzoek kan met het oog op de materiële waarheidsvinding geen genoegen worden genomen.
We voelen allemaal aan dat er iets speelt bij deze getuigen. Het gaat erom erachter te komen wat er precies is gebeurd. Welk belang hebben de getuigen om daar niet naar waarheid over te verklaren? Een confrontatie tussen [getuige 8] , [getuige 1] en [getuige 2] kan tot twee uitkomsten leiden. Het kan zijn dat [getuige 8] bijdraait (dat [getuige 1] en [getuige 2] dus gelijk hebben) of dat [getuige 1] en [getuige 2] hun verklaringen bijstellen.
U, voorzitter, vraagt mij waar ik de drie getuigen over wil horen.
Ik wil ze graag confronteren met elkaars verklaringen. Ik ben benieuwd wat hun reacties daarop zijn. Dus ik zou [getuige 1] en [getuige 2] willen voorhouden dat [getuige 8] heeft verklaard dat hij niet in de auto zat en dat hetgeen zij hebben verklaard dus niet overeenkomt met wat [getuige 8] verklaart.
U vraagt mij waar een dergelijke confrontatie op zal uitlopen.
Dat is precies waar de verdediging ook nieuwsgierig naar is. De wet biedt niet voor niets de mogelijkheid om getuigen met elkaar te confronteren. Dat kan een meerwaarde hebben.
U houdt mij voordat [getuige 1] en [getuige 2] ook al bij de rechter-commissaris zijn gehoord.
U, oudste raadsheer, merkt op dat [getuige 8] door de advocaat-generaal is geconfronteerd met de vraag hoe het kan zijn dat getuigen hebben verklaard dat zij alleen twee auto’s hebben gezien en dat zij niemand hebben zien aan komen lopen. U merkt op dat [getuige 8] daarop heeft geantwoord dat hij er bij blijft dat hij is aan komen lopen en dat hij toen een bekende op de grond zag liggen.
De getuigen zijn niet eerder in een ruimte geweest en met elkaars verklaringen geconfronteerd. Zij zijn vrienden van elkaar. Er moet een bepaalde dynamiek ontstaan op het moment dat zij tegenover elkaar komen te staan.
U, voorzitter, vraagt mij of mijn standpunt is dat als blijkt dat [getuige 1] en [getuige 2] niet de waarheid hebben verklaard over of [getuige 8] in de auto zat, hun hele verklaringen mogelijk met een korrel zou moeten worden genomen?.
De aangiftes van [getuige 1] en [getuige 2] zijn voor cliënt het meest belastende bewijs. De rechtbank heeft uitgebreid geput uit deze verklaringen.
De kern van het verzoek is gelegen in het feit dat in de strafzaak jegens mijn cliënt een doorslaggevende betekenis is toegekend door de rechtbank aan de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van die getuigen/aangevers wordt bestreden door de verdediging. Indien uw hof cliënt eveneens zal veroordelen voor de zwaarste feiten op de tenlastelegging, kan uw hof om deze verklaringen, voor het bewijs, niet heen.
[getuige 8] , [getuige 1] en [getuige 2] hebben op onderdelen tegenstrijdig verklaard. Ik ben op zoek naar iets wat meer houvast kan geven aan het oordeel over de betrouwbaarheid van deze verklaringen.
U, oudste raadsheer, vraagt mij of het de verdediging gaat om de vraag wie er geschoten heeft en wie er geraakt is.
[getuige 1] en [getuige 2] hebben niet alleen verklaard dat [getuige 8] in de auto zat maar ook dat hij een wapen op zich gericht kreeg. [getuige 8] zegt daar niks over. Hij heeft verklaard dat hij kwam aanlopen. Ofwel [getuige 8] heeft hier niet over willen verklaren, ofwel [getuige 1] en [getuige 2] hebben redenen gehad om het gehele verhaal wat dramatischer en gedetailleerder te maken dan hoe het in werkelijkheid is gegaan. Cliënt stelt dat dit laatste het geval is.
Het kan zijn dat de uitkomst van de confrontatie is dat de verklaring van [getuige 8] als betrouwbaarder moet worden bestempeld dan de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , of dat zij een deel van hun verhaal moeten bijstellen. Dat kan gevolgen hebben voor de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] in het algemeen.”