Uitspraak
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
Hoge Raad
P.A.T.M. Pennings heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak op verzet van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Ondanks de ontvangst van deze brieven is het griffierecht niet voldaan en heeft de indiener geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.