Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring, kwalificatie, strafmotivering en strafoplegging
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
5.Beslissing
15 maart 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het maken van een gewoonte van het bezit van kinderporno en het verspreiden daarvan via internet. Het hof legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 6 jaren, en stelde bijzondere voorwaarden waaronder medewerking aan controle van digitale gegevensdragers tijdens huisbezoeken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de proeftijd van zes jaren had vastgesteld zonder voldoende feiten en omstandigheden die onmiskenbaar gedragingen van de verdachte aantonen die gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Ook was de bijzondere voorwaarde omtrent controle van digitale gegevensdragers onvoldoende concreet en in strijd met de wettelijke eisen, omdat niet duidelijk was hoe en door wie controles mochten plaatsvinden en hoe de privacy van de verdachte werd gewaarborgd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor wat betreft strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.