Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 1076 lid 1 onder b Rv
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwerping cassatieberoep inzake erkenning en tenuitvoerlegging van Californië arbitraal vonnis
In deze zaak heeft ABO MANAGEMENT B.V. (voorheen ALDA EVENTS B.V.) cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2020. Het geschil betreft de erkenning en tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis uit Californië op grond van artikel 1076 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoekster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de verzoekster veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer H.M. Wattendorff.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bevestigd.
1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], Duitsland,
2. [GmbH], gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.258.977/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2020.
Alda heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerders] hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Alda heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Alda in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 913,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Alda deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 maart 2022.