Conclusie
Acknowledged and Agreed”. De licentieovereenkomst bevat een beding dat “
both parties” onderwerpt aan arbitrage. Na getuigenverhoren hebben arbiters geoordeeld dat Sina HK gebonden is aan het arbitraal beding. Het hof is tot een ander oordeel gekomen. In zijn in cassatie bestreden arrest heeft het hof naar mijn mening de juiste beoordelingsmaatstaven gehanteerd en zijn beslissing niet onvoldoende of onbegrijpelijk gemotiveerd, zodat het daartegen gerichte cassatieberoep niet slaagt.
location based services (LBS)software. Deze software ziet op het gebruik van informatie over de geografische locatie van een gebruiker om (de ervaring met) een bepaald product of een bepaalde dienst te verbeteren.
LBStechnologie.
Chinese Twitter’.
convertible loan agreement(hierna: de Convertible Loan Agreement).
legal departmentvan de Sina Groep voorgelegd. De met
tracked-changesbijgehouden aanpassingen op pagina 5-6 van dit concept zagen er als volgt uit:
(i) in artikel 13.8 (nieuw) werd een clausule ingevoegd betreffende de gelijktijdige ondertekening van de 2014 Licentie en de Convertible Loan Agreement;
(ii) artikel 13.8 (oud) werd vernummerd tot 13.9 en inhoudelijk aangepast; en
(iii) aan het slot van de overeenkomst werd een apart handtekeningenblok geplaatst voor Sina HK en GHNV.
Tevens heeft [betrokkene 1] toen een met artikel 13.8 (nieuw) van de 2014 Licentie overeenstemmende bepaling aan de Convertible Loan Agreement toegevoegd (daar artikel 9.5) waarin de 2014 Licentie met de volgende woorden werd beschreven: “
(…) the Software License Contract between GeoSolutions B.V. and [GyPSii
] (…).”
general managervan GyPSii.
(…) all 3 parties agreed on both agreements”.
entire agreement-clause. Deze luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
GyPSii’s efforts to conclude a sub-license’) en door ‘
facilitating unlicensed use’van de software door andere entiteiten van de Sina Groep. Het scheidsgerecht veroordeelde GyPSii en Sina HK hoofdelijk tot vergoeding van de schade van GSBV, begroot op USD 115.618.213 (per 31 december 2017), te vermeerderen met rente. Het scheidsgerecht heeft de vorderingen van GHNV afgewezen.
2.Procesverloop
is a true party bound to the arbitration agreement” (nr. 230).
execution”) van de overeenkomst. Daarover overwoog het scheidsgerecht, kort samengevat, als volgt.
Uit de tekst van de 2014 Licentie volgt op het eerste gezicht dat Sina HK partij is. Er is geen beperking ten aanzien van de bewoording “
Acknowledged and Agreed” (nr. 231).
De “
commercial goal of the contract” is in hoofdzaak het vernieuwen van de 2011 Licentie. Bezien moet worden of “
Sina HK was added as a party in an effort to compel Sina HK to have GyPSii to meet its obligations” of dat “
Sina HK was added mereley to provide authorization for concurrent signing” (nr. 233).
Afgezien van de verklaringen van de getuigen van eiseressen (Geosolutions c.s.), is “
the extrinsic evidence as to the negotiations (…), for the most part, limited, inconclusive and, if anything, notable for a lack of discussion with regard to why Sina HK was added as a party to the 2014 Licence Agreement. However, is is clear form the weight of the evidence, including the testimony of the parties, the meeting Minutes, and the fact that Sina HK signed the agreement, that the parties agreed dat Sina HK would sign the 2014 Licence Agreement” (nr. 236).
De ondertekening van de overeenkomst biedt geen aanwijzing dat Sina HK tekende met een ander doel dan “
to acknowledge and agree” (nr. 237).
“poorly drafted”(nr. 238).
Het scheidsgerecht overwoog dat het “
based on the negotiation history , (…) is not convinced that Sina HK consented to be a party to the 2014 Licence Agreement in communications prior to its execution” (nr. 239). Ten aanzien van het telefoongesprek van 31 juli 2014 overwoog het scheidsgerecht dat “
[g]iven the fact that the discussion at the Shareholder call was translated for both sides, the Tribunal cannot conclude, as Claimants contend, that any representative of the Sina Group acknowledged that Sina HK or any other Sina entity had any prior liability, agreed to assume liability going forward or agreed to become a party to the 2014 Licensing Agreement” (nr. 239).
Het scheidsgerecht concludeert dat het “
appears doubtful that Sina HK or any related entity, including legal counsel for Sina, reviewed the final draft prior to its execution. This does not diminish the fact that Sina HK knowingly signed the document and is bound to it but it does require the Tribunal to conclude that the draft cannot be relied on as a carefully considered expression of the parties’ intentions” (nr. 240).
Claimant’s hastily drafted mark-up of a prior agreement, the final draft of which may not have been reviewed in any detail by Respondents. There is no indication that Sine HK signed as a shareholder, that its consent was required or that it signed to give required consent. Sina HK is a party simply because it signed the agreement under the words “acknowledged and agreed” and, in the context above, there is nothing in the agreement or otherwise to convincingly establish that it did not sign as a party” (nr. 241).
both parties” zijn volgens het scheidsgerecht “
artifacts of the 2011 Licence Agreement and, in the context above, are not persuasive as to the parties’ intentions as to the identity of the parties” (nr. 243). Dat het arbitraal beding spreekt van “
both parties” is:
an awkward drafting error given Claimants’ position. This artifact does not diminish the fact that Sina HK signed the agreement. Having recognized that Sina HK became a party to the underlying agreement by signing the underlying agreement without providing for any exclusions, the Tribunal reaches the conclusion that Sina HK likewise became a party to the arbitration agreement. On the whole, there is no reliable evidence to support the conclusion that the artifact in the arbitration clause represents the intent of the parties to limit arbitration to the two original parties. To the contrary, there is no carve-out to the arbitration clause or other provision providing that Sina HK is not waiving its right to recourse in the national courts. (…) The more reasoned conclusion is that by signing the 2014 License Agreement, Sina HK, acting as a professional party supported by legal advisors, should have reasonably understood it was agreeing to the dispute resolution provision in the agreement and was binding itself to the benefits and burdens thereof.” (nr. 244)
agreed” (nr. 248); en (v) dat Sina HK niet ondertekende omdat zij goedkeuring moest geven aan ”
major business plans” (nr. 249-250). Het scheidsgerecht verwerpt ook enige stellingen van GHNV en GSBV (nrs. 251-252).
Sina HK, by signing the agreement, has undertaken obligations generally attributable to all parties to an agreement. As addressed above, the Tribunal also concludes Sina HK’s obligations extend to addressing disputes arising under the agreement by means of arbitration” (nr. 254).
In summary, the Tribunal finds that Claimants have met their burden in establishing that Sina HK agreed to the 2014 License Agreement and the arbitration clause therein and, accordingly, is subject to the Tribunal's jurisdiction as to disputes subject to the clause. As discussed, this conclusion is largely based on the fact that Sina HK signed the agreement and there is insufficient counterevidence to conclude that Sina HK’s execution was for a limited purpose and that it should not otherwise be bound to resolve disputes against it pursuant to the arbitration agreement.” (nr. 258)
Further, the Tribunal reaffirms the finding in its Award on Jurisdiction that Sina HK “Acknowledged and Agreed” to the terms of the 2014 License Agreement. However, as Sina HK correctly points out, the fact that it is a party to the 2014 License Agreement is not determinative as to the scope and nature of the obligations it owes under the agreement. The question is properly which provisions of the contract apply to Sina HK. The Tribunal concludes that Sina HK is a party and had substantive obligations; it is bound to the contract, including the arbitration clause, and jurisdiction is proper.” (nr. 425)
had substantive obligations” (rov. 4.12).
both parties”:
generally attributable to all parties’, is onduidelijk waarop dat oordeel is gebaseerd. Het arbitraal beding bindt ‘
both parties’. Het woord ‘
both’ duidt op twee partijen, zo is tussen partijen niet in geschil. Mede uit de aanhef van de 2014 Licentie en de tekst van de
entire agreement-clause volgt dat met de woorden ‘
both parties’ alleen GyPSii en GSBV zijn bedoeld, en dus niet ook Sina HK. Deze verwijzing naar twee partijen sluit bovendien uit, althans in ieder geval taalkundig, dat Sina HK – naast de twee partijen GyPSii en GSBV – als derde (laat staan GHNV als vierde) partij onderworpen is aan het arbitraal beding. De overige omstandigheden van het geval kunnen echter meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan het arbitraal beding moet worden gehecht.”
both parties” louter een overblijfsel is van de 2011 Licentie en dat Sina HK geen uitzondering heeft bedongen op de binding aan de 2014 Licentie (rov. 4.16). Gezien de formulering “
both parties” was het bedingen van een uitzondering niet nodig (rov. 4.17) en:
both parties” en toen de extra handtekeningenblokken en de woorden
”Acknowledged and Agreed” zijn toegevoegd (rov. 4.24-4.25), het des te meer opvalt dat het arbitraal beding nog steeds sprak van “
both parties”. Daarvoor ontbreekt volgens het hof een overtuigende toelichting (rov. 4.26). De 2014 Licentie is een korte en overzichtelijke overeenkomst (rov. 4.27) en aangenomen moet worden dat er voldoende tijd voor een (extra) aanpassing was als Geosolutions c.s. daadwerkelijk hadden begrepen (en hadden mogen begrijpen) dat Sina HK – naast GyPSii en GSBV – partij bij de arbitrageovereenkomst werd (rov. 4.28), aldus het hof.
both parties’ in het arbitraal beding zijn blijven staan, kan niet worden aangenomen dat deze woorden enkel een overblijfsel van de 2011 Licentie zijn, of ‘
a drafting error’, zoals het scheidsgerecht heeft overwogen.”
Het hof heeft (in rov. 4.5-4.7, 4.11, 4.16 en 4.20-4.21) geciteerd uit de overwegingen van het bevoegdheidsvonnis van het scheidsgerecht en heeft daar vervolgens op gereageerd. In het bijzonder heeft het hof zich gebaseerd op de door het scheidsgerecht vastgestelde feiten ten aanzien van hetgeen is besproken in het telefoongesprek van 31 juli 2014 én op daarop gebaseerde oordeel van het scheidsgerecht dat niet kan worden geconcludeerd dat Sina HK tijdens het telefoongesprek van 31 juli 2014 ermee instemde partij te worden bij de 2014 Licentie (zie hiervoor in 3.4.2 (punt 239 van het bevoegdheidsvonnis) en 3.5.6 (rov. 4.23 van het bestreden arrest)).
Hieruit blijkt dat het hof (ook) de overwegingen van het scheidsgerecht over de gebondenheid van Sina HK aan het arbitraal beding in de 2014 Licentie nauwkeurig heeft bestudeerd en gewogen. Het hof is ten aanzien van die gebondenheid echter gekomen tot andere beoordeling dan het scheidsgerecht.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1gaat over de vraag in hoeverre het hof in de vernietigingsprocedure betekenis moet toekennen aan het oordeel van het scheidsgerecht over zijn bevoegdheid.
Onderdeel 2klaagt dat het hof ten onrechte alleen heeft onderzocht of Sina HK aan het arbitraal beding gebonden is, zonder acht te slaan op de vraag in hoeverre Sina HK aan de 2014 Licentie als zodanig gebonden is.
Onderdeel 3bestrijdt de uitleg van (het arbitraal beding in) de 2014 Licentie, op grond waarvan het hof tot het oordeel komt dat Sina HK niet gebonden is aan het arbitraal beding.
(…)”
Ook kan het hof in de vernietigingsprocedure tot het oordeel komen dat sprake is van een geldige overeenkomst tot arbitrage op een andere grond dan die waarop het scheidsgerecht zijn bevoegdheid had gebaseerd. De Hoge Raad verwijst bij deze regel naar het algemeen belang bij een effectief functionerende arbitrale rechtspleging (zie hiervoor in 4.6.2). Die ratio gaat m.i. niet op wanneer, zoals in dit geval, de vernietigingsrechter, anders dan het scheidsgerecht, oordeelt dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt. Maar ook deze regel uit het arrest
Russische Federatie/HVYillustreert de zelfstandige taak van de overheidsrechter om het bestaan van een geldige overeenkomst tot arbitrage te beoordelen.
“largely”) gebaseerd op de omstandigheid dat Sina HK deze overeenkomst, zonder voorbehoud, heeft getekend (zie hiervoor in 3.4.7). Het hof is beargumenteerd op dit punt ingegaan. Het hof heeft met name belang gehecht aan de formulering van het arbitraal beding, dat bleef spreken van
“both parties” (zie hiervoor in 3.5.3, 3.5.4 en 3.5.7), en aan de omstandigheid dat Geosolutions c.s. niet op een verklaring of gedraging van Sina HK wijzen waaruit Geosolutions c.s. mochten afleiden dat Sina HK ten volle partij wilde worden bij de 2014 Licentie, noch dat zij, in weerwil van de tot GyPSii en GSBV beperkte bewoordingen van het arbitraal beding, in het telefoongesprek van 31 juli 2014 of daarna wilde dat het arbitraal beding ook op haar van toepassing was (zie hiervoor in 3.5.6 en 3.5.8).
onderdeel 1niet.
subonderdelen 2.1-2.4over rov. 4.10-4.14. Hierin overweegt het hof dat stelplicht en bewijslast op Geosolutions c.s. rusten (rov. 4.10), geeft het hof de redenering van het scheidsgerecht weer (rov. 4.11) en zet het kort uiteen waarom het zich met die redenering niet verenigt (rov. 4.12). In rov. 4.13 overweegt het hof dat het:
Ook
subonderdeel 2.2betoogt dat het hof had moeten beoordelen of Sina HK als partij bij de 2014 Licentie moet worden aangemerkt, waaruit zonder aanwezig relevant tegenbewijs moet volgen dat Sina HK gebonden is aan het daarvan onderdeel uitmakende arbitraal beding. Het klaagt dat het oordeel onjuist of onbegrijpelijk is omdat het hof uitgaat van een separatie tussen de vraag of Sina HK is gebonden aan de 2014 Licentie en de vraag of Sina HK is gebonden aan het arbitraal beding. Separabiliteit van de overeenkomst tot arbitrage ten opzichte van de hoofdovereenkomst komt slechts aan de orde indien in de arbitrale procedure de vraag naar de geldigheid van de hoofdovereenkomst opkomt.
Volgens
subonderdeel 3.3is het oordeel onbegrijpelijk, omdat het hof gelet op zijn aanname dat Sina HK in ieder geval in enig opzicht partij is bij de 2014 Licentie te meer had moeten onderzoeken of Sina HK ten volle als partij bij de 2014 Licentie moet worden aangemerkt.
Subonderdeel 2.4bevat een voortbouwklacht.
subonderdelen 2.1, 2.2 en 2.3slagen niet voor zover zij ervan uitgaan dat het hof het in het onderdeel bedoelde uitgangspunt had moeten hanteren. Het hof kon volstaan met een toets aan de in de Haviltex-maatstaf uitgewerkte wilsvertrouwensleer.
Ook dan is denkbaar dat men op grond van een onderzoek van de feiten komt tot het oordeel dat, alles bij elkaar genomen, de handtekening ook binding aan (delen van) de overeenkomst impliceert (zoals het scheidsgerecht heeft geoordeeld), maar een andere conclusie is ook denkbaar. Het gaat dan om een weging van de omstandigheden van het concrete geval. Daar komt in dit geval bij dat toepassing van het door het onderdeel bedoelde uitgangspunt wordt bemoeilijkt door de omstandigheid dat het arbitraal beding spreekt van twee partijen (“
both parties”). Die omstandigheid rechtvaardigt des te meer de conclusie dat het hof niet gehouden was te werken met een uitgangspunt als door het onderdeel wordt bedoeld.
subonderdelen 2.1, 2,2 en 2.3falen voorts bij gebrek aan feitelijke grondslag, voor zover zij veronderstellen dat het hof heeft nagelaten te beoordelen of Sina HK partij is geworden bij de 2014 Licentie. Uit rov. 4.12, 4.13, 4.23 en 4.29 volgt immers dat het hof wel degelijk (mede) heeft beoordeeld of Sina HK partij bij de 2014 Licentie is geworden.
Het hof heeft in rov. 4.13 veronderstellenderwijs tot uitgangspunt genomen dat Sina HK in ieder geval in zeker opzicht kan worden aangemerkt als partij bij de 2014 Licentie.
Het hof oordeelt vervolgens dat Sina HK geen partij bij de 2014 Licentie is geworden in de door de subonderdelen bedoelde zin (dus inclusief binding aan het arbitraal beding) en heeft voor het overige in het midden gelaten in hoeverre Sina HK wel partij is geworden. [29] Uit rov. 4.12, 4.23 en 4.29 blijkt het oordeel van het hof dat Geosolutions c.s. niet voldoende hebben onderbouwd dat zij uit verklaringen of gedragingen van Sina HK mochten afleiden dat Sina HK (op gelijke voet met haar dochtervennootschap GyPSii) ten volle partij wilde worden bij de 2014 Licentie noch dat zij wilde dat het arbitraal beding ook op haar van toepassing was.
subonderdelen 2.1, 2.2 en 2.3faalt ook het daarop voortbouwende
subonderdeel 2.4.
Onderdeel 2slaagt niet.
subonderdelen 3.1-3.12dat het oordeel van het hof in rov. 4.15-4.33 onjuist en/of onbegrijpelijk is. De klachten betreffen de uitleg die het hof heeft gegeven aan de 2014 Licentie en het daarin opgenomen arbitraal beding. In dat verband stel ik voorop dat de uitleg van (een beding in) een overeenkomst is voorbehouden aan de feitenrechter. Een dergelijke beslissing is in cassatie alleen aantastbaar als de feitenrechter bij zijn uitleg een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd of als zij onvoldoende of onbegrijpelijk is gemotiveerd. [30]
subonderdelen 3.1-3.4klagen over rov. 4.15 (hiervoor geciteerd in 3.5.3), waar het hof de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het arbitraal beding vaststelt.
generally attributable to all parties”, onduidelijk is waarop dat oordeel is gebaseerd – berust op een onbegrijpelijke uitleg van het onbevoegdheidsvonnis. Het scheidsgerecht heeft in par. 254 van het bevoegdheidsvonnis niet meer overwogen dan dat Sina HK door ondertekening van de 2014 Licentie als partij bij de 2014 Licentie moet worden aangemerkt. Als consequentie daarvan is Sina HK naar het oordeel van het scheidsgerecht gebonden aan het arbitraal beding in de 2014 Licentie, aldus het subonderdeel.
both parties” belang hecht aan de
entire agreement-clausule, omdat een
entire agreement-clausule op zichzelf geen uitlegbepaling is. Het subonderdeel klaagt verder dat het oordeel onbegrijpelijk is, omdat zonder nadere motivering over de betekenis van de
entire agreement-clausule in dit geval niet valt in te zien waarom die clausule de conclusie kan ondersteunen dat met de woorden “
both parties” in het arbitraal beding alleen GyPSii en GSBV zijn bedoeld, en niet ook Sina HK, temeer nu Sina HK de overeenkomst heeft ondertekend.
entire agreement-clausule niet als een uitlegbepaling aangemerkt. Het hof heeft slechts gewezen op de omstandigheid dat in de aanhef van de 2014 Licentie (zie rov. 2.20) en in de
entire agreement-clausule (zie rov. 2.22) alleen GSBV en GyPSii (ook wel GSSH genoemd) worden vermeld. Dit biedt volgens het hof steun aan de lezing dat het arbitraal beding met de woorden “
both parties” het oog heeft op GSBV en GyPSii. Overigens behoefde dit oordeel geen nadere motivering om begrijpelijk te zijn.
subonderdelen 3.3-3.4klagen, samengevat, dat de taalkundige uitleg van het arbitraal beding door het hof in rov. 4.15 onbegrijpelijk is (zie hierna onder (i)) dan wel ontoereikend is gemotiveerd (zie hierna onder (i)-(iv)) is het licht van het volgende.
(i) De meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de handtekening van Sina HK onder de woorden “
Acknowledged and Agreed” is dat zij partij is geworden en gebonden is aan het arbitraal beding, conform de betekenis die daaraan wordt gegeven in de internationale praktijk.
(ii) Sina HK heeft als professionele partij met juridische bijstand zonder enig voorbehoud ingestemd met het tekstblok op de handtekeningenpagina van de 2014 Licentie met de tekst “
Acknowledged and Agreed” en zij heeft (in de arbitrageprocedure) erkend dat zij daarmee zelfstandige contractuele verplichtingen op zich neemt.
(iii) Uit artikel 13.9 van de 2014 Licentie volgt dat alle ondertekenende partijen de intentie hadden om partij te worden bij de overeenkomst en het daarin opgenomen arbitraal beding, en dat de verwijzing naar “
other parties” in artikel 13.9 alleen kan betekenen dat meer dan twee entiteiten partij waren bij de 2014 Licentie, wat ook overeenstemt met de verklaring van [betrokkene 1] dat hij Sina HK en GHNV aan het tekstblok op de handtekeningenpagina heeft toegevoegd “
in order to add them as parties to the agreement”.
(iv) De juridische afdeling van Sina HK heeft het concept van de 2014 Licentie na deze wijzigingen en voor de ondertekening door Sina HK beoordeeld.
both parties” in het arbitraal beding, mede in het licht van de bewoordingen van de aanhef van de 2014 Licentie en van de daarin opgenomen
entire agreement-clausule.
Deze taalkundige uitleg van de woorden “
both parties” is op zichzelf niet onbegrijpelijk te noemen in het licht van de betekenis die volgens Geosolutions c.s. toekomt aan de woorden “
Acknowledged and Agreed”.
Het hof sluit niet uit dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan het arbitraal beding moet worden gehecht (rov. 4.15, slot). Het hof onderzoekt dat echter niet in rov. 4.15 maar in rov. 4.16 e.v. Er was voor het hof daarom geen aanleiding om de door de subonderdelen genoemde omstandigheden reeds te betrekken in de beoordeling van de taalkundige betekenis van de woorden “
both parties” in rov. 4.15.
subonderdelen 3.5-3.12klagen over rov. 4.16-4.29, waar het hof beoordeelt of de overige omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan het arbitraal beding moet worden gehecht.
both parties” niet richtinggevend zijn voor de partijbedoeling. Het subonderdeel klaagt dat dit oordeel onbegrijpelijk gemotiveerd is, omdat het berust op een cirkelredenering. Geosolutions c.s. heeft zijn stelling dat de woorden “
both parties” niet richtinggevend zijn voor de partijbedoeling van de partijen bij de 2014 Licentie onderbouwd (i) met de constatering dat Sina HK nergens een uitzondering op haar binding aan de 2014 Licentie heeft bedongen en (ii) met verwijzing naar artikel 13.9 van de 2014 Licentie. Het hof verwerpt dit betoog in rov. 4.17 met de overweging dat de woorden “
both parties” in het arbitraal beding al een dergelijke beperking meebrachten, zodat Sina HK dat destijds niet nogmaals behoefde te expliciteren. Die overweging is onbegrijpelijk, aldus het subonderdeel, omdat het hof het betoog van Geosolutions c.s. verwerpt met de enkele overweging dat aan de woorden
“both parties”wel betekenis toekomt. Daarmee maakt het hof niet inzichtelijk waarom Sina HK de beperkte reikwijdte van het arbitraal beding gelet op de historische achtergrond van de bewoordingen “
both parties” niet behoefde te expliciteren.
both parties” in het arbitraal beding duiden op twee partijen (te weten GSBV en GyPSii). In dat licht is een logische gevolgtrekking dat Sina HK geen beperking behoefde aan te brengen op de betekenis van de woorden “
Acknowledged and Agreed”, waaronder zij haar handtekening plaatste. Dit is het enige waarop het hof in rov. 4.17 doelt.
Het hof geeft meteen daarop volgend aan dat de uitleg die Geosolutions c.s. geven aan het arbitraal beding ook overigens niet door de feiten wordt ondersteund (rov. 4.18). Het hof is vervolgens onder meer ingegaan op het betoog van Geosolutions c.s. over de betekenis van de aanpassing van artikel 13.9 van de 2014 Licentie (rov. 4.24) en op de historische achtergrond van de bewoordingen “
both parties” (rov. 4.25-4.28). Anders dan het subonderdeel aanvoert, heeft het hof wel degelijk gereageerd op de in het subonderdeel bedoelde stellingen van Geosolutions c.s. Het hof heeft het in het subonderdeel samengevatte betoog van Geosolutions c.s. dus niet verworpen met de enkele overweging dat dat aan de woorden “
both parties” wel betekenis toekomt voor de partijbedoeling. In zoverre faalt de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag.
subonderdelen 3.6-3.8klagen over het oordeel in rov. 4.18 (hiervoor geciteerd in 3.5.4), waarin het hof een aantal door Geosolutions c.s. aangedragen feiten en omstandigheden onvoldoende acht voor de uitleg die zij aan het arbitraal beding willen geven. Deze feiten en omstandigheden waren er al vóór het telefoongesprek tussen partijen op 31 juli 2014. De verwijzing naar Sina HK is pas na dat telefoongesprek toegevoegd aan de 2014 Licentie (rov. 4.19).
Subonderdeel 3.6klaagt, samengevat, dat dit oordeel onjuist is voor zover het hof miskent dat de vraag of de omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de meest voor de hand liggende taalkundige uitleg aan het arbitraal beding moet worden gegeven, moet worden beoordeeld op basis van alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van de gangbare uitleg van een overeenkomst als de onderhavige in de internationale praktijk. Het hof mocht niet volstaan met de enkele overweging dat de in rov. 4.18 genoemde omstandigheden ‘onvoldoende’ zijn, en vervolgens slechts de omstandigheden van tijdens en na het telefoongesprek van 31 juli 2014 in zijn oordeel te betrekken.
Subonderdeel 3.7klaagt dat het oordeel onbegrijpelijk is, omdat het hof geen enkel inzicht biedt in zijn gedachtegang waarom de in rov. 4.18 genoemde omstandigheden ‘onvoldoende’ zijn voor de door Geosolutions c.s. bepleite uitleg van het arbitraal beding, en waarom het hof voor zijn uitleg van het arbitraal beding alleen de gebeurtenissen tijdens en na het telefoongesprek van 31 juli 2014 heeft onderzocht.
Subonderdeel 3.8klaagt dat het oordeel onbegrijpelijk is gemotiveerd, omdat het hof onvoldoende heeft gerespondeerd op de in het subonderdeel genoemde stellingen. Deze stellingen betreffen, kort gezegd, het commerciële doel van de 2014 Licentie en het financiële belang van Sina HK daarbij, de omstandigheid dat de wijzigingen in de 2014 Licentie na het telefoongesprek van 31 juli 2014 aansluiten bij de zorgen die Geosolutions c.s. hebben geuit over de weigering van Sina HK om te betalen voor de technologie van Geosolutions c.s., het feit dat Sina HK een professionele partij is met een grote juridische afdeling, en de bekendheid van Sina HK met het arbitraal beding. Door tegen deze achtergrond de 2014 Licentie zonder enig voorbehoud voor “
Acknowledged and Agreed” te tekenen, heeft Sina HK de verwachting gewekt ten volle partij te worden bij de 2014 Licentie.
subonderdeel 3.6relevant zijn bij de uitleg van een schriftelijke overeenkomst. Het hof miskent dit naar mijn mening niet. Uit rov. 4.18-4.19 blijkt immers dat het hof het beroep van Geosolutions c.s. op deze omstandigheden in dit geval ‘onvoldoende’ acht.
De weging van de voor de uitleg relevante omstandigheden is voorbehouden aan het hof. Het hof heeft gemotiveerd waarom het van belang acht wat er in het telefoongesprek van 31 juli 2014 en daarna is gebeurd: de verwijzing naar Sina HK is immers pas
nadat telefoongesprek toegevoegd aan de 2014 Licentie (rov. 4.19).
In dit licht bezien getuigt de weging door het hof van de relevantie van de verschillende omstandigheden – de omstandigheden die er reeds waren voor het telefoongesprek, de inhoud van het telefoongesprek en hetgeen na het telefoongesprek is gebeurd – niet van een onjuiste rechtsopvatting en is deze ook niet onbegrijpelijk te noemen om de in
subonderdeel 3.7genoemde reden.
Ook heeft het hof vermeld de stellingen van Geosolutions c.s. dat Sina HK haar intellectuele eigendom gebruikte zonder daarvoor te betalen, dat GSBV zich daarover in het telefoongesprek van 31 juli 2014 met Sina HK heeft verstaan en dat Sina HK de 2014 Licentie daarom zou ondertekenen, met als doel zich te committeren, onder meer ten aanzien van de naleving van de verplichtingen door GyPSii en om zich in te zetten voor de activiteiten van GyPSii (rov. 4.22). Het hof heeft daarop gereageerd in rov. 4.23 e.v.
Verder is het hof ingegaan op de stelling van Geosolutions c.s. dat een (eerdere) versie van de 2014 Licentie van 23 juli 2014 was voorgelegd aan de juridische afdeling van Sina HK en heeft daaraan (in voor Geosolutions c.s. negatieve zin) betekenis toegekend (rov. 4.26).
Daarmee heeft het hof naar mijn mening voldoende gemotiveerd gereageerd op de in de
subonderdelen 3.6 en 3.8bedoelde stellingen van Geosolutions c.s.
Volgens het subonderdeel is dit oordeel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd, omdat het hof daarbij niet betrekt zijn eigen vaststelling dat Sina HK de 2014 Licentie heeft ondertekend onder de woorden “
Acknowledged and Agreed” en het hof geen inzicht geeft in zijn gedachtegang waarom de handtekening van Sina HK onder die woorden niet tot de gevolgtrekking zou kunnen leiden dat Sina HK ten volle partij wilde worden bij de 2014 Licentie en daarmee ook gebonden is aan het arbitraal beding. Zonder nadere motivering valt niet in te zien waarom daarvoor een aanwijzing zou moeten blijken uit (de gang van zaken en correspondentie omtrent) het gesprek van 31 juli 2014, aldus de klacht.
Verder klaagt het subonderdeel, samengevat, dat het oordeel onvoldoende is gemotiveerd, omdat het hof ten onrechte niet ingaat op het in het subonderdeel weergegeven betoog van Geosolutions c.s. waaruit volgt dat Geosolutions c.s. redelijkerwijs mochten begrijpen dat Sina HK ten volle partij wilde worden bij de 2014 Licentie, zodat in dat licht niet relevant is of Sina HK in aanvulling daarop voorafgaand aan de ondertekening van de 2014 Licentie in correspondentie of door enige gedraging blijk heeft gegeven ten volle partij te willen worden.
Acknowledged and Agreed” en dat de gebruikelijke (taalkundige) betekenis van die woorden is dat Sina HK de inhoud van de 2014 Licentieovereenkomst bevestigde en daarmee instemde. Sina HK heeft bij haar ondertekening van de 2014 Licentie geen voorbehoud gemaakt of beperkingen geformuleerd. Gebruikelijke bewoordingen zoals “
in the presence of” of “
witnessed by”, die wel een dergelijke beperking kunnen inhouden, zijn door Sina HK niet gebruikt, zo betoogden Geosolutions. [32] Het door het subonderdeel bestreden oordeel van het hof is echter niet onbegrijpelijk te noemen in het licht van dit betoog. Uit het bestreden arrest volgt immers dat het hof een andere betekenis toekent aan de woorden “
Acknowledged and Agreed”, dan Geosolutions c.s. willen. Zo blijkt uit rov. 4.24 dat het hof onder ogen heeft gezien dat na het telefoongesprek van 31 juli 2014 onder meer het handtekeningenblok met de naam Sina HK en de woorden “
Acknowledged and Agreed” aan de 2014 Licentie zijn toegevoegd, maar hecht het hof in dat verband meer betekenis aan de omstandigheid dat tegelijkertijd de bewoordingen van het arbitraal beding niet zijn aangepast, hoewel voor [betrokkene 1] als opsteller van de 2014 Licentie duidelijk moet zijn geweest dat het van belang was dat de formulering van het arbitraal beding overeenstemde met de gemaakte afspraken. Hiermee heeft het hof ook gereageerd op de stelling van Geosolutions c.s. dat zij, mede gezien de professionele hoedanigheid van Sina HK, uit de ondertekening van de 2014 Licentie door Sina HK mochten afleiden dat Sina HK partij wilde worden bij de 2014 Licentie en daarmee ook gebonden zou zijn aan het arbitrale beding. [33] Dit wordt niet anders in het licht van het betoog van het subonderdeel dat Sina HK ermee instemde dat zij zowel de Convertible Loan Agreement als de 2014 Licentie zou ondertekenen, zodat uit het telefoongesprek in ieder geval is af te leiden dat Sina HK daarmee heeft ingestemd. Hieruit volgt namelijk nog niet dat Sina HK de 2014 Licentie als “ten volle partij” (rov. 4.23), dus inclusief binding aan het arbitraal beding, zou ondertekenen.
both parties” een overtuigende toelichting van Geosolutions c.s. vereist. Volgens het subonderdeel is dit oordeel onvoldoende gemotiveerd, omdat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom gelet op de toevoeging in artikel 13.9 en het extra handtekeningenblok op de handtekeningenpagina een toelichting van Geosolutions c.s. zou zijn vereist voor het feit dat de woorden “
both parties” in het arbitraal beding zijn blijven staan. De overweging dat het arbitraal beding kort daarvoor (in de versie van 23 juli 2014) nog de bijzondere aandacht van partijen had, maakt het oordeel van het hof nog niet begrijpelijk, omdat die versie nog uitging van twee contractspartijen, zodat de woorden “
both parties” in het arbitraal beding geen bijzondere aandacht van partijen behoefden. Het oordeel is ook ontoereikend gemotiveerd omdat het hof geen kenbare aandacht heeft geschonken aan de stelling dat de wijziging van het arbitraal beding op 23 juli 2014 in het teken stond van de forumkeuze voor het NAI met als zetel van de arbitrage Amsterdam en de toepasselijkheid van Nederlands recht, aldus het subonderdeel.
both parties” in het arbitraal beding taalkundig alleen GyPSii en GSBV zijn bedoeld (rov. 4.15) en dat Geosolutions c.s. niet hebben gewezen op een verklaring of gedraging van Sina HK waaruit Geosolutions c.s. onder de gegeven omstandigheden mochten afleiden dat Sina HK ten volle partij wilde worden bij de 2014 Licentie of bij het daarin opgenomen arbitraal beding (rov. 4.23).
Het hof onderkent de aanpassing van artikel 13.9 en de ondertekening door Sina HK onder de woorden “
Acknowledged and Agreed” (rov. 4.24-4.25), maar hecht daaraan niet de betekenis die Geosolutions c.s. daaraan toekennen. Het hof contrasteert juist deze wijzigingen van de formulering van de 2014 Licentie met het ongewijzigd blijven van de formulering van het arbitraal beding en wijst er daarbij op dat het arbitraal beding eerder de bijzondere aandacht van partijen had en dat het belang van een adequate formulering van het beding [betrokkene 1] zonder meer duidelijk moet zijn geweest (rov. 4.26).
Tegen deze achtergrond is niet onbegrijpelijk dat het hof van Geosolutions c.s. een (overtuigende) toelichting verwachtte voor het achterwege blijven van de aanpassing van de woorden “
both parties” in het arbitraal beding. In dit verband is evenmin onbegrijpelijk dat het hof overwoog dat het arbitraal beding eerder de bijzondere aandacht van partijen had, zonder dat hof is ingegaan op de redenen die destijds voor die bijzondere aandacht bestonden. Het enkele feit dat het hof een andere betekenis heeft toegekend aan de woorden van artikel 13.9 en de handtekening van Sina HK onder de woorden “
Acknowledged and Agreed” dan door Geosolutions c.s. is betoogd, maakt nog niet dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is.
Acknowledged and Agreed”. Het hof had uitdrukkelijk aandacht moeten besteden aan dit betoog, omdat dit tot geen andere conclusie kan leiden dan dat Geosolutions c.s. bij gebreke van een eenduidige verklaring waarom Sina HK welbewust en na interne advisering tekende onder de woorden “
Acknowledged and Agreed”, die gedraging zo mochten begrijpen dat Sina HK partij wilde worden bij de 2014 Licentie en daarmee ook gebonden raakte aan het arbitraal beding. Het hof had hierop des te meer acht moeten slaan, omdat het hof bij de uitleg van de 2014 Licentie rekening moet houden met de internationale praktijk en wat in dat verband als redelijke uitleg heeft te gelden, aldus, samengevat, het subonderdeel.
Acknowledged and Agreed”, maakt nog niet dat Geosolutions c.s. die ondertekening zo mochten begrijpen dat Sina HK onverkort partij wilde worden bij de 2014 Licentie en daarmee gebonden raakte aan het arbitraal beding. Het hof behoefde in deze vernietigingsprocedure ook niet te beoordelen waarom Sina HK de 2014 Licentie wél heeft ondertekend, maar kon volstaan met zijn oordeel dat Sina HK de 2014 Licentie in ieder geval niet heeft ondertekend om daarbij partij te worden en/of gebonden te raken aan het daarin opgenomen arbitraal beding. Ik verwijs voorts naar hetgeen hiervoor in 4.17.2-4.17.3 is opgemerkt.
subonderdeel 3.13. Dit betekent dat
onderdeel 3niet slaagt.