ECLI:NL:HR:2022:465

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
25 maart 2022
Zaaknummer
20/03452
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 416.2 SvArt. 310 SrArt. 588.2 (oud) Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstalzaak wegens ontvankelijkheid dagvaarding hoger beroep

In deze strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1985, stond de vraag centraal of de dagvaarding in hoger beroep terecht betekend was bij een asielzoekerscentrum in Rennes, Frankrijk. Dit speelde omdat de verdachte tijdens haar politieverhoor had verklaard daar met haar kinderen te verblijven, zonder een concreet adres te noemen.

De verdediging stelde dat de betekening niet rechtsgeldig was, wat de ontvankelijkheid van het hoger beroep zou aantasten. De advocaat-generaal adviseerde echter tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof konden leiden.

De Hoge Raad motiveerde niet uitgebreid, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 29 maart 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep is ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03452
Datum29 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018, nummer 21-005184-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.J.M. Bommer, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2022.