ECLI:NL:HR:2022:535
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 april 2020 beroep in cassatie ingesteld betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2011, inclusief de beschikking inzake heffingsrente. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor het oordeel omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden op 8 april 2022. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.