ECLI:NL:HR:2022:537
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslagen 2014-2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2021, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2014 tot en met 2016.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.