ECLI:NL:HR:2022:550
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over WOZ-beschikking en OZB aanslag gemeente Castricum
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam over de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2018 betreffende een onroerende zaak te Castricum.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid oproepen, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand, waarmee de WOZ-beschikking en de aanslag OZB voor 2018 rechtsgeldig zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.