Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 300.000
Via diverse rechtsgangen is het inpandige van mijn woning volledig bekend geworden. Het door u naar voren gebrachte acht ik nu niet anders naar voren te kunnen brengen als een inbreuk op mijn privacy”.Vervolgens zijn aan eiser brieven verzonden met verzenddata
6 december 2016, 22 juni 2017, 21 september 2017, 30 november 2017 en 7 juni 2018.
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Vooraf
5.Beoordeling van het geschil
- verzoek om uitstel: de rechtbank heeft ten onrechte het verzoek om uitstel niet gehonoreerd en is daarbij voorbijgegaan aan de medische situatie van belanghebbende ten tijde van de mondelinge behandeling in eerste aanleg;
- informatieverstrekking:de heffingsambtenaar dient van de referentieobjecten en van alle door belanghebbende voorgestane vergelijkingspanden de matrix over te leggen. Daarnaast dient de heffingsambtenaar de bouwtekening van de woning en de door hem gehanteerde ‘glijdende grondstaffel’ over te leggen.
- taxatiematrix heffingsambtenaar:de door de heffingsambtenaar ingebrachte taxatiematrix volstaat niet als onderbouwing van de vastgestelde waarde, omdat:
- a) de vergelijking met de referentiepanden onvoldoende is onderbouwd waardoor onduidelijk is of en hoe rekening is gehouden met onder meer de slechtere staat van de woning en aardbevingsschade. Dat er een aardebeving is geweest, blijkt uit overgelegde krantenberichten. De woning van belanghebbende is daardoor beschadigd en hiermee is geen rekening gehouden;
- b) onderscheid dient te worden gemaakt tussen enerzijds bouwgrond en anderzijds tuingrond; en
- c) hoewel de belastingrechter in uitspraken over eerdere jaren de oppervlakte van de berging/schuur heeft verminderd van 35 m2 naar 31 m2 en de bijtelling voor de dakkapellen heeft geschrapt omdat deze reeds in de inhoud van de woning (247 m3) zouden zijn begrepen, de heffingsambtenaar in zijn matrix toch weer is uitgegaan van 35 m2 oppervlakte voor de schuur/berging en toch weer een bijtelling heeft opgenomen voor de dakkapellen.
- vergelijking vastgestelde WOZ-waarde met de WOZ-waarden van nabijgelegen panden:belanghebbende vergelijkt de woning met de volgende panden: [adres 6] (€ 301.000), [adres 7] (€300.000), [adres 8] (€ 311.000), [adres 9] (€ 280.000), [adres 10] (€ 270.000) en [adres 2] (€ 288.000). Niet valt uit te leggen dat die panden lager gewaardeerd zijn. Deze vergelijking wijst uit dat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel, dan wel dat sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid.
- vergelijking vastgestelde waarde met waarden van voorgaande jaren: anders dan de rechtbank heeft geoordeeld is de verhouding tussen de WOZ-waarde die is vastgesteld voor het onderwerpelijke jaar (2018) en de WOZ-waarden in voorafgaande jaren relevant voor de beoordeling van de vastgestelde WOZ-waarde.
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.