ECLI:NL:HR:2022:598
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak belanghebbende tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende het verzet tegen eerdere uitspraken. De Staatssecretaris van Financiën had verweer gevoerd. Belanghebbende diende een conclusie van repliek in, maar deze werd door de Hoge Raad niet in behandeling genomen omdat deze na de gestelde termijn was ingediend.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren M.A. Fierstra (voorzitter), E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden op 22 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.