ECLI:NL:HR:2022:703

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2022
Publicatiedatum
13 mei 2022
Zaaknummer
21/03070
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2:262 SrCArt. 1:124 SrCArt. 2:128 SrC
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens medeplichtigheid aan meervoudige moord en ambtelijke omkoping op Curaçao

De zaak betreft een schietpartij met automatische vuurwapens buiten de aankomsthal van luchthaven Hato op Curaçao, waarbij twee personen zijn omgekomen en meerdere omstanders gewond raakten. Verdachte wordt medeplichtigheid aan medeplegen moord en omkoping van een ambtenaar verweten. Hij zou informatie hebben verstrekt waardoor de schutters wisten met welke vlucht hun doelwit zou arriveren.

In cassatie heeft verdachte klachten ingediend, waaronder een bewijsklacht over voorbedachten rade van de schutters en vragen over de strafmotivering, met name of het hof een hogere straf aan verdachte kon opleggen dan aan medeverdachten die wegens medeplegen zijn veroordeeld. De advocaat-generaal heeft het beroep verworpen.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest van 14 juni 2022 bevestigt daarmee het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 februari 2021, waarin verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de gevangenisstraf van 15 jaar bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03070 C
Datum14 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 februari 2021, nummer H 208/19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juni 2022.