Conclusie
Nummer21/03070 C
Inleiding
Het eerste middel
Bewijsoverwegingen
Het tweede middel
Oplegging van straf
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de beruchte schietpartij op 15 juli 2014 op de luchthaven Hato te Curaçao, waarbij twee leiders van een criminele bende werden vermoord en meerdere omstanders zwaar gewond raakten. Verdachte werd veroordeeld wegens medeplichtigheid aan deze moorden en omkoping van een politieambtenaar die hem cruciale informatie over de aankomst van het slachtoffer verstrekte.
De Hoge Raad behandelde twee middelen van cassatie. Het eerste middel betrof de bewijsvoering van voorbedachten rade, waarbij de verdachte klaagde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de moorden met voorbedachten rade waren gepleegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht verwees naar eerdere uitgebreide motiveringen in soortgelijke zaken en dat de bewijsvoering ruimschoots voldeed.
Het tweede middel betrof de strafmotivering en de hoogte van de straf, waarbij werd aangevoerd dat de opgelegde straf hoger was dan die van medeplegers zonder voldoende motivering. De Hoge Raad verwierp dit en benadrukte dat het hof de straf concreet heeft bepaald rekening houdend met de ernst van het feit, de ondersteunende maar cruciale rol van verdachte en het ontbreken van verantwoordelijkheid.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen falen en bevestigde het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarbij een gevangenisstraf van vijftien jaar werd opgelegd met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan moord en omkoping.