Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
16 januari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte, die werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot moord en moordplegingen tijdens een schietpartij met automatische wapens bij de luchthaven Hato op Curaçao. Hierbij vielen twee dodelijke slachtoffers en raakten meerdere omstanders gewond. Tijdens de vlucht werd ook op een achtervolgende politieauto geschoten.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had verdachte veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Verdachte stelde beroep in cassatie tegen dit vonnis. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering van de straf, maar verwierp het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, behalve dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de straf van twintig jaar naar negentien jaar en zeven maanden.
De Hoge Raad vernietigde daarom uitsluitend de strafoplegging en beperkte de strafvermindering tot deze termijn. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 16 januari 2018.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twintig jaar naar negentien jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.