ECLI:NL:HR:2022:729
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 september 2020, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, heffingsrente en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2011 behandelde.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest is op 20 mei 2022 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.