ECLI:NL:HR:2022:753

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
20 mei 2022
Zaaknummer
20/03128
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 33a SrArt. 81 Wet ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak belaging en verbeurdverklaring

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor meermalige belaging, strafbaar gesteld in artikel 285b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof Den Haag had de verdachte eerder veroordeeld en tevens een verbeurdverklaring van een notebook uitgesproken op grond van artikel 33a lid 1 sub c Sr.

De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat er een inbreuk was gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer van twee slachtoffers, en dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Kooijmans, en uitgesproken op 24 mei 2022. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03128
Datum24 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 september 2020, nummer 22-000874-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2022.