Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
24 mei 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor meermalige belaging, strafbaar gesteld in artikel 285b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof Den Haag had de verdachte eerder veroordeeld en tevens een verbeurdverklaring van een notebook uitgesproken op grond van artikel 33a lid 1 sub c Sr.
De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat er een inbreuk was gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer van twee slachtoffers, en dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Kooijmans, en uitgesproken op 24 mei 2022. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.