Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[VERDACHTE],
Ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-080359-17 onder 1 en 2 tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren en onder de bijzondere voorwaarden als vermeld in het vonnis waarvan beroep, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp en is aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard.
zij in of omstreeks de periode van 5 november 2014 tot en met 8 maart 2015 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens), wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door
zij op of omstreeks 20 september 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor opslag of verwerking van gegevens, te weten
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2016 tot en met 23 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) wederrechtelijk stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,
Nu het dossier geen andere informatie bevat betreffende het binnendringen van enige webserver, netwerk of computer(systeem) kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte een webserver, netwerk of computer(systeem) toebehorende aan een ander dan de verdachte is binnengedrongen.
zij in of omstreeks de periode van
30november 2014 tot en met 8 maart 2015 te Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dulden,
Facebook-account op naam van die [slachtoffer 1] aangemaakt/aangevraagd en (vervolgens) foto's van die [slachtoffer 1] en een liefdesverklaring op voornoemd
Facebook-account gepost en/of geplaatst en
Twitter-accounts op naam van die [slachtoffer 1] aangemaakt/aangevraagd en
Instagram-account op naam van die [slachtoffer 1] aangemaakt/aangevraagd en
efe[slachtoffer 1].com en
efe[slachtoffer 1].com;
zij in de periode van 16 augustus 2016 tot en met 23 december 2016 te Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2], met het oogmerk die [slachtoffer 2], te dwingen iets te dulden,
het Facebook-account toebehorende aan die [slachtoffer 2] getracht in te loggen waarbij die [slachtoffer 2] via haar e-mail melding(en) kreeg van deze inlogpoging en
Facebook bericht met daarin een liefdesverklaring naar het
Facebook-account van die [slachtoffer 2] verzonden en
belaging.
Standpunt van de advocaat-generaal
Standpunt van de raadsman
Beoordeling
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis;
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: