Uitspraak
gevestigd te Apeldoorn,
gevestigd te Hilversum,
2.Uitgangspunten en feiten
Artikel 8. Welke extra kosten zijn naast de schade verzekerd?
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
28 januari 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van Achmea tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin bedingen in haar algemene voorwaarden werden beoordeeld op onredelijk bezwarendheid. De Stichting Ombudsman Schadeverzekeringen Nederland (OSN) vorderde dat de bedingen die de vergoeding van kosten van een door verzekerden ingeschakelde contra-expert beperken tot experts die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, onredelijk bezwarend worden verklaard jegens consumenten.
Het hof oordeelde dat de dubbele redelijkheidstoets van artikel 7:959 lid 1 BW Pro geldt voor de vergoeding van expertisekosten, ook voor contra-experts. De verzekerde heeft een redelijk belang bij het inschakelen van een eigen expert vanwege de belangenverstrengeling met de verzekeraar. De kwaliteitseisen in de polisvoorwaarden kunnen niet zonder meer de keuzevrijheid van de consument beperken, omdat ook experts die niet aan deze eisen voldoen kwalitatief goed kunnen zijn.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de bedingen in strijd zijn met artikel 7:959 lid 1 BW Pro voor zover zij alleen kosten vergoeden van contra-experts die aan de polisvoorwaarden voldoen. De vrijheid van de consument om een deskundige te kiezen die redelijkerwijs deskundig is, moet worden gerespecteerd. Het beroep van Achmea wordt verworpen en zij wordt in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Achmea wordt verworpen en de bedingen die de vergoeding van kosten van contra-experts beperken tot experts die aan polisvoorwaarden voldoen, zijn onredelijk bezwarend jegens consument-verzekerden.