Uitspraak
wonende te [woonplaats],
kantoorhoudende te Rotterdam,
2.Uitgangspunten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 juni 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene diende een klacht in tegen een beslissing van de geneesheer-directeur over toewijzing van zorg, welke klacht door de klachtencommissie ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde de klacht gegrond voor het motiveringsgebrek, maar wees het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn af wegens onvoldoende onderbouwing en niet ernstige termijnoverschrijding.
De Hoge Raad oordeelde dat op het verzoek tot schadevergoeding artikel 10:12 lid 3 Wvggz Pro van toepassing is, en dat hoger beroep tegen de beslissing op dit verzoek openstaat. Omdat betrokkene cassatie instelde tegen een beslissing waartegen hoger beroep mogelijk is, is hij niet-ontvankelijk in cassatie voor dat deel.
Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de overige klachten te behandelen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De beschikking bevestigt dat de procedurele regels inzake verzoeken tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding strikt worden toegepast en dat cassatie niet openstaat indien hoger beroep mogelijk is. Dit sluit aan bij eerdere jurisprudentie over de Wvggz en de procedurele waarborgen bij klachten en verzoeken tot schadevergoeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk voor het deel over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding en voor het overige verworpen.