ECLI:NL:HR:2022:914

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
20/02822
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onjuiste indiening bijzondere volmacht

In deze zaak ging het om een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had via zijn raadsman een bijzondere volmacht tot het instellen van cassatieberoep ingediend.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid omdat de bijzondere volmacht niet aan de griffie van het gerecht waar de beslissing was gegeven was verzonden, maar aan de strafgriffie van de Hoge Raad. Dit is in strijd met artikel 449.1 Sv, dat vereist dat het beroep wordt ingesteld bij de juiste griffie binnen de wettelijke termijn.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee werd het beroep van de betrokkene niet inhoudelijk behandeld. De uitspraak benadrukt het belang van correcte procedurele handelingen bij het instellen van cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste indiening van de bijzondere volmacht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02822 P
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2020, nummer 21-006324-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de betrokkene niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 8 en 10.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.