ECLI:NL:HR:2022:97

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2022
Publicatiedatum
27 januari 2022
Zaaknummer
21/02098
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft de belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad. Dit verzoek is beoordeeld door de Hoge Raad, waarbij de procureur-generaal de gelegenheid kreeg om advies uit te brengen.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen en heeft daarom gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Daarnaast heeft de Hoge Raad besloten dat er geen aanleiding is om de belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 28 januari 2022 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02098
Datum28 januari 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z], Marokko, (hierna: belanghebbende)
op het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 5 februari 2021, nr. 20/02086, ECLI:NL:HR:2021:174.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2022.