Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
4 juli 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft nachtelijke woningovervallen op hoogbejaarde vrouwen en poging tot diefstal met valse sleutel. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren, waarbij het hof rekening hield met de wijziging van de regeling omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling en stelde dat daarmee ook compensatie voor overschrijding van de redelijke termijn was gegeven.
De verdediging voerde aan dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, mede doordat het hof het tijdsverloop tussen verwijzing naar de raadsheer-commissaris en het horen van getuigen buiten beschouwing had gelaten. De Hoge Raad bevestigde dat het hof dit tijdsverloop had moeten meenemen bij de beoordeling van de redelijke termijn en dat het oordeel van het hof over compensatie voor termijnoverschrijding onvoldoende gemotiveerd was.
Daarnaast was ook in de cassatiefase de redelijke termijn overschreden door late inzending van stukken en vertragingen. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en bepaalde zelf een vermindering van de gevangenisstraf met zes maanden tot zeven jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van acht naar zeven jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.