ECLI:NL:HR:2023:1121
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding wettelijke rente over ambtshalve vermindering betekeningskosten
Belanghebbende ontving een dwangbevel tot betaling van een naheffingsaanslag omzetbelasting inclusief betekeningskosten. Na een vermindering van de naheffingsaanslag door het hof werd de betekeningskosten ambtshalve verminderd door de Ontvanger. De Ontvanger betaalde de vermindering met rentevergoeding uit, maar belanghebbende maakte bezwaar tegen de rentevergoeding, dat ongegrond werd verklaard.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat tegen de ambtshalve vermindering geen bezwaar en beroep openstond. Het hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de belastingrechter wel bevoegd was om over de rentevergoeding te oordelen, omdat het ging om een fiscaal geschil en toepassing van titel 4.4 Awb.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. De rentevergoeding betreft een ambtshalve vermindering waartegen geen bezwaar en beroep openstaan, zodat titel 4.4 Awb niet van toepassing is. De burgerlijke rechter is bevoegd over de rentevergoeding te oordelen. De Hoge Raad wijst de proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat tegen de ambtshalve vermindering van betekeningskosten geen bezwaar en beroep openstaat, waardoor de belastingrechter niet bevoegd is over de rentevergoeding te oordelen.