ECLI:NL:GHDHA:2022:1541
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wettelijke rentevergoeding na vermindering dwangbevelkosten in fiscaal geschil
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een beschikking van de Ontvanger die een vergoeding van €2 aan wettelijke rente toekende over een vermindering van dwangbevelkosten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees een hoger beroep toe. Het Hof oordeelt dat de belastingrechter bevoegd is over de rentebeschikking te oordelen en dat de wettelijke rente moet worden berekend over de volledige periode tussen de betaling van de dwangbevelkosten en de terugbetaling daarvan.
De Ontvanger had de dwangbevelkosten verminderd vanwege een uitspraak van het Hof die de naheffingsaanslag verlaagde. De rentevergoeding was te laag vastgesteld omdat slechts over een deel van de periode rente was toegekend. Het Hof volgt de jurisprudentie dat wettelijke rente verschuldigd is bij te late terugbetaling en dat de regeling van bestuursrechtelijke geldschulden (Awb) van toepassing is.
Verzoeken om immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding werden afgewezen omdat geen overschrijding van redelijke termijn was vastgesteld en geen bewijs van professionele rechtsbijstand was geleverd. Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, wijzigt de beschikking tot een hogere rentevergoeding en gelast de Ontvanger het griffierecht van €134 aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het Hof wijzigt de beschikking zodat wettelijke rente wordt vergoed over de volledige periode tussen betaling en terugbetaling van de dwangbevelkosten en gelast vergoeding van het griffierecht.